Het uitspreken van de oratie ‘De vele gezichten van de compassie’ in de aula van de VU op 14 september j.l. was een boeddhistisch feestje. Voor de tekst, zie hier
Niet alleen de inhoud was rijk, ook de massale opkomst van boeddhisten en boeddhistische bobo’s was opvallend, zoveel openbare bijeenkomsten zijn er ook weer niet.
Ik ben geen journalist maar amateur-boeddholoog, daarom verder geen sfeer-impressies maar een paar kanttekeningen bij de inhoud van z’n inaugurele rede.
De volledige titel is:
‘De vele gezichten van de compassie
Het boeddhisme te midden van culturele en religieuze diversiteit.’
De inhoudsopgave:
- Achtergronden van de leerstoel ‘boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’
- 1. Compassie
- 2. Binnen of buiten
- 3. Compassie in India en China
- 4. De eerste bodhisattvagelofte
- 5. Conclusie
- Dankwoord
Van der Braak stelt (in navolging van onder andere Sharf en Hershock) dat de grote verschillen in cultuur tussen India en China zo’n tweeduizend jaar geleden heeft gemaakt dat het begrip ‘compassie’ van betekenis is veranderd. ‘Vanuit Indiaas perspectief is compassie een heilzame mentale staat, zoals gezegd één van de vier Brahmavihara’s die door mentale cultivering kan worden versterkt. ... Toen het boeddhisme zich vanuit India naar China verspreidde, vermengden Indiase boeddhistische noties van compassie en karma zich met Chinese kosmologische opvattingen, en met Chinese versies van zelfcultivering. (pagina 11)
Van der Braak laat hier een ander belangrijk proces in de eerste eeuwen van onze jaartelling van (boeddhistisch) China buiten beschouwing. Het ging niet alleen om de sinifization (de ‘ver-chinezing in lelijk Nederlands) maar tegelijk van de mahayanization van de Dharma, van dit boeddhisme. De eerste boeddhistische teksten in het Chinees vertaald waren die van het vroege boeddhisme, wat we nu op een aardige manier Theravada (oftewel Pali Canon) noemen en op een onsympathieke manier hinayana.
Over deze poging de vroegboeddhistische wortels los te snijden in China in zo ongeveer de vierde/vijfde eeuw van onze jaartelling ben ik op dit moment het grote werk aan het lezen van Chih-I (ook wel geswchreven als Zhyyi; zie bv Wikipedia over hem), Mo-ho-chih-kuan; door Neil Donner vertaald als ‘The Great Calming and Contemplation of Chi-I’.
In een Postscript van pagina 460-479 (downloaden en lezen, André en andere echt geïnteresseerden!) beschrijft Donner ‘The MHCK and the Mahayanization of the Chinese Dhyana Tradition´.
Het viel namelijk niet mee de toen bestaande meditatievormen zoals samatha en vipassana alsnog een mahayana-ideologie te verschaffen. Chih-I slaagde daarin met behulp van een zeer vrijzinnige interpretatie van het begrip sunyata van Nagarjuna. Maar in feite veranderden daarmee de meditatievormen zelf nauwelijks.
Van der Braak beschrijft de boeiende overgang van het compassie-begrip van India naar China als historische voorbeeld om een bredere blik te verkrijgen (hij gebruikt mooiere filosofische termen).
De vraag die hij zich (en ons) merkwaardig genoeg niet stelt is: hoe verhoudt onze cultuur zich dan weer tot de Chinese van vijftienhonderd jaar geleden? Oftewel: moeten we nog wel zo vanzelfsprekend in onze huidige beoefening van het boeddhisme (en dan vooral in Chan en Zen maar voor sommigen is Zen en boeddhisme hetzelfde) deze Chinese interpretatie overnemen ?
In mijn opvatting lijkt onze (Westerse) cultuur natuurlijk noch op de Chinese noch op de Indiase van zo lang geleden maar relatief is er toch nog meer overeenkomst met de Indiase dan de Chinese . Wij hebben toch niets met de ´Chinese kosmologische opvattingen, en met de Chinese visies op zelfcultivering ... De Chinese kosmos wordt gezien als een geordend organisch proces van verandering en pluraliteit` ? (citaat uit pagina 11 van de gedrukte versie van de oratie)
Ik pleit in ieder geval voor compassie als onderdeel van de serie liefdevolle vriendelijkheid-medevreugde-gelijkmoedigheid waarin het ook duidelijk een morele dimensie heeft.
Dit brengt me tot een andere opmerking over deze oratie die ik wil ik maken naar aanleiding van een passage van het ´Dankwoord´ dat van der Braak aan het eind van z´n oratie uitspraak (pagina 17).
Daar bedankt van der Braak het College van Bestuur van de VU onder andere voor het initiatief ‘... een platform te bieden voor de verdere vorming van Nederlandse bodhisattva’s binnen de academie ... `.
Begrijp ik het goed: wil van der Braak en wil de VU dat de studenten van de opleiding Boeddhistisch Geestelijk Verzorger (mogelijk startend in 2013) bodhisattva´s worden?
Bodhisattva´s in de Mahayana- (Zen-) zin van het woord?
Ook degenen met een Theravada-achtergrond bijvoorbeeld, die hebben toch andere beloften?
Alsof een katholieke universiteit heiligen gaat opleiden.
En hoe zit het met de toch wat andere (dan in het dominante Zen) benadering van de bodhisattva-beloften (de ‘ wensende ’ en de ‘ ondernemende ’) in het Tibetaanse boeddhisme ?
Het wordt hoog tijd dat er eens een openbaar debat komt over de echte inhoud van deze opleiding. Ook en met name over het bij het toetsingskader horend vakmanschap dat een geestelijke verzorger (ook een boeddhistische, ook een bodhisattva) nodig heeft.
Een voorstel daartoe heb ik in een blog in juli gedaan (zie hieronder en hier ). En André van der Braak reageerde daar toen (per email) naar mij toe positief op met de woorden ´Je suggestie voor een symposium over boeddhistische geestelijke verzorging is zeker interessant, en ik houd hem in gedachten.´
De 12 verleden week gestarte pre-master-studenten verdienen die duidelijkheid, want die is er (hoorde ik in de wandelgangen bij de VU-aula) zeker bij een aantal van hen niet.
Het in m’n voorstel bedoelde boek (dat een standaardwerk lijkt te gaan worden over de BGV) komt op 25 september uit ! Zie Amazon .
Bijlage
Een suggestie aan de VU (door Joop Romeijn)
Nu is de invulling van de opleiding tot chaplain aan de beurt, een tweejarige opleiding die volgens de informele aankondigingen september 2013 gaat starten.
De aanvraag aan het ministerie en het opstellen van overeenkomsten heeft allemaal bijzonder binnenskamers plaatsgevonden.
Het zou de VU sieren als een deel van de invulling van de opleiding in het openbaar plaatsvindt.
Daarom roep ik de VU op, om ergens komend najaar een openbare bijeenkomst over de inhoud te organiseren. Eén van de onderwerpen die daarin in ieder geval aan de orde moeten komen is wat mij betreft de inhoud van geestelijke verzorging (door en/of voor boeddhisten) in de zorgsector, in ziekenhuizen en andere instellingen van volksgezondheid dus. Want het georganiseerde boeddhisme heeft tot nu toe nog geen blijk gegeven, zich daarin verdiept te hebben.
Wellicht kan in die bijeenkomst gebruik worden gemaakt van het oktober [is vervroegd naar 25 september, J.R.] uitkomende boek "Arts of Contemplative Care; Pioneering Voices in Buddhist Chaplaincy and Pastoral Work " .
Posts tonen met het label dialoog tussen boeddhistische tradities. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dialoog tussen boeddhistische tradities. Alle posts tonen
dinsdag 18 september 2012
zondag 5 augustus 2012
Oratie André van der Braak op 14 september bij de VU
Op vrijdag 14 september houdt André van der Braak zijn inaugurele rede als hoogleraar boeddhisme aan de Vrije Universiteit
Tijd: vanaf 15.45 uur
Plaats: Aula van het hoofdgebouw van de VU,
Titel: De vele gezichten van compassie:
het boeddhisme te midden van culturele en religieuze diversiteit
André zal deze rede uitspreken ter gelegenheid van de aanvaarding van de Nicolaas Pierson leerstoel voor Boeddhistische filosofie in dialoog met ander levensbeschouwelijke tradities.
Zie de VU-aankondiging hier.
Het is in het algemeen de bedoeling van een inaugurele rede oftewel oratie dat de nieuwe hoogleraar beschrijft wat hij of zij in wetenschappelijk opzicht de komende jaren gaat doen.
Wat me benieuwd zijn onder andere de volgende zaken:
- Zal het nu over meer dan alleen Zen-boeddhisme gaan, tot nu toe heb ik een zekere Zen-eenzijdigheid bespeurd in zijn VU-rol?
- Hoe gaat André (althans in zijn voornemens) om met het spanningsveld wetenschapsbeoefening versus onderwijstaken? De opdracht van de Nicolaas Pierson Stichting (zie onder) spreekt slechts beperkt van een onderwijstaak terwijl de start van de bachelor boeddhisme dit jaar en mogelijk de master boeddhisme volgend jaar veel tijd van hem gaat vragen. Weet hij de druk van de VU te weerstaan?
- In de hoop dat André toch nog tijd voor onderzoek, voor wetenschapsbeoefening vrij weet te maken: waarop zal dat aansluiten?
Zal het ook boeddhologie genoemd mogen worden? Waarschijnlijk niet de filologische variant maar wellicht een meer godsdienstwetenschappelijke benadering?
Zal hij zich willen verdiepen in nieuwe (Westerse) vormen van boeddhisme zoals het ‘secular buddhism’, door mij vertaald als ‘vrijzinnig boeddhisme’?
- Ontmoeting tussen levensbeschouwelijke/religieuze tradities is duidelijk een zwaartepunt, maar zal er ook ruimte zijn voor dialoog tussen de diverse boeddhistische tradities, want dat is in het Nederlandse boeddhisme een beetje een taboe-onderwerp?
Zal André een door hem gemodereerde discussie tussen boeddhisten willen gaan organiseren (en dan niet met dezelfde leraren die we steeds op de BOS kunnen horen)?
- En dan het thema compassie.
Zal de nieuwe hoogleraar het modieuze (het ongevaarlijke want wie is er nou tegen compassie?) karakter van dit thema weten te vermijden?
Ziet hij compassie (karuna) als één van de Brahmavihara, in relatie tot de andere drie?
Betekent de ‘diversiteit’ uit de titel van de oratie ook: de kunst van het met elkaar oneens te zijn?
Is trouwens ‘religieuze diversiteit’net zo iets als de (nogal bedreigde) biodiversiteit, die ook nodig is voor de evolutie, in dit geval dus de evolutie van de religie(s)?
‘Compassie’ is ook de kern van de bodhisattva-belofte, gaat het (André / de VU) alleen om het voornemen (het mooie gevoel) of moet er ook iets naar andere mensen toe mee gedààn worden?
Misschien wat veel vragen voor een uur, maar een paar zouden m.i. toch wel aan de orde moeten komen.
Deze inaugurele rede wordt in het openbaar gehouden. Vooraf opgeven is niet nodig.
Ik ga er Deo Volente heen
En ik zal achteraf een critische analyse proberen te bloggen over de inhoud.
Die is dat vast wel waard.
Uit de advertentie van de VU mei 2011 met behulp waarvan André is geworven (gepredestineerd)
"De leerstoelhouder zal:
- onderzoek ontwikkelen en verrichten op het terrein van de ontmoeting van boeddhistische filosofische tradities met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities;
- onderzoek op het gebied van de leerstoel stimuleren, coördineren en ondersteunen, onder andere in de vorm van het begeleiden van promotieonderzoek;
- deelnemen aan één van de onderzoeksprogramma’s van de Faculteit der Godgeleerdheid, ondergebracht in het interfacultaire VU Institute for the Study of Religion, Culture and Society (VISOR);
- onderzoeksvoorstellen doen en (externe) onderzoeksmiddelen verwerven;
- participeren in internationale multidisciplinaire onderzoeksprojecten binnen het domein van de leerstoel;
- onderwijs op het gebied van de boeddhistische traditie in dialoog met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities ontwikkelen en uitvoeren, met een focus op de raakvlakken tussen boeddhistisch en westers continentaal denken."
Tijd: vanaf 15.45 uur
Plaats: Aula van het hoofdgebouw van de VU,
Titel: De vele gezichten van compassie:
het boeddhisme te midden van culturele en religieuze diversiteit
André zal deze rede uitspreken ter gelegenheid van de aanvaarding van de Nicolaas Pierson leerstoel voor Boeddhistische filosofie in dialoog met ander levensbeschouwelijke tradities.
Zie de VU-aankondiging hier.
Het is in het algemeen de bedoeling van een inaugurele rede oftewel oratie dat de nieuwe hoogleraar beschrijft wat hij of zij in wetenschappelijk opzicht de komende jaren gaat doen.
Wat me benieuwd zijn onder andere de volgende zaken:
- Zal het nu over meer dan alleen Zen-boeddhisme gaan, tot nu toe heb ik een zekere Zen-eenzijdigheid bespeurd in zijn VU-rol?
- Hoe gaat André (althans in zijn voornemens) om met het spanningsveld wetenschapsbeoefening versus onderwijstaken? De opdracht van de Nicolaas Pierson Stichting (zie onder) spreekt slechts beperkt van een onderwijstaak terwijl de start van de bachelor boeddhisme dit jaar en mogelijk de master boeddhisme volgend jaar veel tijd van hem gaat vragen. Weet hij de druk van de VU te weerstaan?
- In de hoop dat André toch nog tijd voor onderzoek, voor wetenschapsbeoefening vrij weet te maken: waarop zal dat aansluiten?
Zal het ook boeddhologie genoemd mogen worden? Waarschijnlijk niet de filologische variant maar wellicht een meer godsdienstwetenschappelijke benadering?
Zal hij zich willen verdiepen in nieuwe (Westerse) vormen van boeddhisme zoals het ‘secular buddhism’, door mij vertaald als ‘vrijzinnig boeddhisme’?
- Ontmoeting tussen levensbeschouwelijke/religieuze tradities is duidelijk een zwaartepunt, maar zal er ook ruimte zijn voor dialoog tussen de diverse boeddhistische tradities, want dat is in het Nederlandse boeddhisme een beetje een taboe-onderwerp?
Zal André een door hem gemodereerde discussie tussen boeddhisten willen gaan organiseren (en dan niet met dezelfde leraren die we steeds op de BOS kunnen horen)?
- En dan het thema compassie.
Zal de nieuwe hoogleraar het modieuze (het ongevaarlijke want wie is er nou tegen compassie?) karakter van dit thema weten te vermijden?
Ziet hij compassie (karuna) als één van de Brahmavihara, in relatie tot de andere drie?
Betekent de ‘diversiteit’ uit de titel van de oratie ook: de kunst van het met elkaar oneens te zijn?
Is trouwens ‘religieuze diversiteit’net zo iets als de (nogal bedreigde) biodiversiteit, die ook nodig is voor de evolutie, in dit geval dus de evolutie van de religie(s)?
‘Compassie’ is ook de kern van de bodhisattva-belofte, gaat het (André / de VU) alleen om het voornemen (het mooie gevoel) of moet er ook iets naar andere mensen toe mee gedààn worden?
Misschien wat veel vragen voor een uur, maar een paar zouden m.i. toch wel aan de orde moeten komen.
Deze inaugurele rede wordt in het openbaar gehouden. Vooraf opgeven is niet nodig.
Ik ga er Deo Volente heen
En ik zal achteraf een critische analyse proberen te bloggen over de inhoud.
Die is dat vast wel waard.
Uit de advertentie van de VU mei 2011 met behulp waarvan André is geworven (gepredestineerd)
"De leerstoelhouder zal:
- onderzoek ontwikkelen en verrichten op het terrein van de ontmoeting van boeddhistische filosofische tradities met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities;
- onderzoek op het gebied van de leerstoel stimuleren, coördineren en ondersteunen, onder andere in de vorm van het begeleiden van promotieonderzoek;
- deelnemen aan één van de onderzoeksprogramma’s van de Faculteit der Godgeleerdheid, ondergebracht in het interfacultaire VU Institute for the Study of Religion, Culture and Society (VISOR);
- onderzoeksvoorstellen doen en (externe) onderzoeksmiddelen verwerven;
- participeren in internationale multidisciplinaire onderzoeksprojecten binnen het domein van de leerstoel;
- onderwijs op het gebied van de boeddhistische traditie in dialoog met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities ontwikkelen en uitvoeren, met een focus op de raakvlakken tussen boeddhistisch en westers continentaal denken."
woensdag 18 juli 2012
Het anarchistische boeddhisme
De laatste tijd denk ik wel eens: ik zou mezelf ook anarchistisch boeddhist kunnen noemen.
In zijn interview met mij in het 'Boeddhistisch Dagblad' was de openingszin van Joop Hoek:
“Een hele mond vol, ongebonden, vrijzinnig, geëngageerd. Allemachtig.”
Dat ontkende ik niet, ik had er zelfs aan toe kunnen: èn ook theravadin èn critisch boeddhist.
Immers: hoe meer deel-identiteiten hoe meer het ideaal van anatta bereikt is.
Maar met dat ‘anarchistisch boeddhist’ zit het toch anders. Heel anders.
Ik constateer dat het boeddhisme zelf anarchistisch van karakter is, zeker in Nederland. Alle pogingen het in het kaderen, om het in hokjes van diverse tradities te stoppen, kunnen onderuit gehaald worden. Elke indeling is arbitrair, aan andere dan de eigen traditie toegeschreven opvattingen kloppen in wezen niet. (De aan de eigen traditie toegeschreven opvattingen soms ook niet; zo dacht ik helderheid te hebben met de meditatie-indeling samatha versus vipassana maar diverse Thaise monniken gaan daar helemaal niet van uit)
‘Het boeddhisme heeft geen centraal leergezag’ wordt wel gezegd. Dat is zo, maar het is nog meer niet. Het boeddhisme heeft ook niet de aanleg om georganiseerd te worden.
Het artikel van gisteren in *OpenBoeddhisme* (zier hier ) onder de titel 'Georganiseerd boeddhisme in kaart gebracht' onderstreept deze veelvormigheid nog eens. Het beeld van: ‘de meeste sangha’s zijn lid van de BUN, een paar zijn dat niet en dan heb je nog al die ongebonden boeddhisten’ klopt niet. Een Copernicaanse revolutie (Tot de middeleeuwen werd gedacht dat de aarde het centrum van de cosmos was waar alles zoals de zon om heen draaide; Copernicus concludeerde dat dat niet klopte). Het draait niet om de BUN.
Het boeddhistisch universum (in Nederland) wordt trouwens eerder gekenmerkt met de typering ‘brownse bewegingen ’.
Dit heb ik ook – als troost bedoeld – gezegd tegen een vriend die zich zorgen maakt dat het nu de Vrije Universiteit is die met haar opleiding tot boeddhistische chaplain kans lijkt te gaan zien het Nederlandse boeddhisme te gaan institutionaliseren en de toekomstige boeddhistische leiders ambieert te kunnen gaan opleiden.
“Ik denk dat ze dat niet lukt, dat daarvoor de anarchistische kracht in het boeddhisme te groot is”.
Natuurlijk overdrijf ik en heeft de technocraat in mij (ik heb m.i. geen Boeddha-natuur maar wel ben ik technocraat in het diepst van mijn gedachten) het soms te kwaad als ik de chaos zie of voorzie.
Met name als ik boeddhistische beunhazerij zie. Maar dat verschijnsel is niet op te lossen met meer organisatie, eerder met meer boeddhistische journalistiek.
Ter voorkoming van misverstand: de veelvormigheid van het boeddhisme waardeer ik en ook de onmogelijkheid die te reduceren of (door de overheid bv) te ordenen. Juist door die veelvormigheid heeft het in zo veel verschillende tijden en culturen gestalte kunnen krijgen en nieuwe aanhangers vinden.
Maar tegelijk is de beoefening van het boeddhisme (van welke vorm dan ook, durf ik te zeggen) een kwestie van discipline, van een gekozen vorm niet zomaar weer verlaten voor een andere.
Het is ook geen vorm van religieus relativisme (in de trant van: alle religies en alle vormen van boeddhisme komen in wezen op hetzelfde neer): integendeel, ik vind dat er veel te makkelijk wordt gepraat over ´skilful means´, over ´upaya´.
Kortom: ik ben geen anarchistisch boeddhist; leve het anarchistische boeddhisme !
In zijn interview met mij in het 'Boeddhistisch Dagblad' was de openingszin van Joop Hoek:
“Een hele mond vol, ongebonden, vrijzinnig, geëngageerd. Allemachtig.”
Dat ontkende ik niet, ik had er zelfs aan toe kunnen: èn ook theravadin èn critisch boeddhist.
Immers: hoe meer deel-identiteiten hoe meer het ideaal van anatta bereikt is.
Maar met dat ‘anarchistisch boeddhist’ zit het toch anders. Heel anders.
Ik constateer dat het boeddhisme zelf anarchistisch van karakter is, zeker in Nederland. Alle pogingen het in het kaderen, om het in hokjes van diverse tradities te stoppen, kunnen onderuit gehaald worden. Elke indeling is arbitrair, aan andere dan de eigen traditie toegeschreven opvattingen kloppen in wezen niet. (De aan de eigen traditie toegeschreven opvattingen soms ook niet; zo dacht ik helderheid te hebben met de meditatie-indeling samatha versus vipassana maar diverse Thaise monniken gaan daar helemaal niet van uit)
‘Het boeddhisme heeft geen centraal leergezag’ wordt wel gezegd. Dat is zo, maar het is nog meer niet. Het boeddhisme heeft ook niet de aanleg om georganiseerd te worden.
Het artikel van gisteren in *OpenBoeddhisme* (zier hier ) onder de titel 'Georganiseerd boeddhisme in kaart gebracht' onderstreept deze veelvormigheid nog eens. Het beeld van: ‘de meeste sangha’s zijn lid van de BUN, een paar zijn dat niet en dan heb je nog al die ongebonden boeddhisten’ klopt niet. Een Copernicaanse revolutie (Tot de middeleeuwen werd gedacht dat de aarde het centrum van de cosmos was waar alles zoals de zon om heen draaide; Copernicus concludeerde dat dat niet klopte). Het draait niet om de BUN.
Het boeddhistisch universum (in Nederland) wordt trouwens eerder gekenmerkt met de typering ‘brownse bewegingen ’.
Dit heb ik ook – als troost bedoeld – gezegd tegen een vriend die zich zorgen maakt dat het nu de Vrije Universiteit is die met haar opleiding tot boeddhistische chaplain kans lijkt te gaan zien het Nederlandse boeddhisme te gaan institutionaliseren en de toekomstige boeddhistische leiders ambieert te kunnen gaan opleiden.
“Ik denk dat ze dat niet lukt, dat daarvoor de anarchistische kracht in het boeddhisme te groot is”.
Natuurlijk overdrijf ik en heeft de technocraat in mij (ik heb m.i. geen Boeddha-natuur maar wel ben ik technocraat in het diepst van mijn gedachten) het soms te kwaad als ik de chaos zie of voorzie.
Met name als ik boeddhistische beunhazerij zie. Maar dat verschijnsel is niet op te lossen met meer organisatie, eerder met meer boeddhistische journalistiek.
Ter voorkoming van misverstand: de veelvormigheid van het boeddhisme waardeer ik en ook de onmogelijkheid die te reduceren of (door de overheid bv) te ordenen. Juist door die veelvormigheid heeft het in zo veel verschillende tijden en culturen gestalte kunnen krijgen en nieuwe aanhangers vinden.
Maar tegelijk is de beoefening van het boeddhisme (van welke vorm dan ook, durf ik te zeggen) een kwestie van discipline, van een gekozen vorm niet zomaar weer verlaten voor een andere.
Het is ook geen vorm van religieus relativisme (in de trant van: alle religies en alle vormen van boeddhisme komen in wezen op hetzelfde neer): integendeel, ik vind dat er veel te makkelijk wordt gepraat over ´skilful means´, over ´upaya´.
Kortom: ik ben geen anarchistisch boeddhist; leve het anarchistische boeddhisme !
dinsdag 5 juni 2012
Voel ik verbondenheid ?
Vaak wordt als belangrijkste kenmerk van het boeddhisme genoemd het gevoel van verbondenheid met al het leven in de wereld. In het Engels gaat het om de term ‘connectedness’
Helemaal duidelijk is die nadruk me niet. Ik geloof dat bedoeld wordt dat je dat gevoel mòèt hèbben en dat bedoeld wordt dat je dat gevoel krijgt door de juiste beoefening.
Voor sommigen geldt een snellere route: die verbondenheid is er al, is er altijd al geweest, je moet hem alleen nog maar ontdekken en ervaren, een soort gemeenschappelijke Boeddha-Natuur dus.
Soms wordt ook de term ‘liefde’ gebruikt in plaats van ‘verbondenheid’ maar wegens de misverstanden die die term op kan roepen, laat ik dat woord liever maar buiten beschouwing. Het gaat dan om een speciaal soort, namelijk om objectloze, liefde.
En tja, dat is ook wat: ik voel die verbondenheid niet zo. Zeker niet met alle levende wezens in het universum waarvan ik het grootste deel volstrekt niet ken, en accepteer dat ze bestaan zonder dat ik ze ken.
En sterker nog: ik heb ook helemaal geen behoefte me met zoveel leven verbonden te voelen. Ik juich het toe dat er veel leven is, biodiversiteit is voor mij een grote waarde, maar ik denk dat de kunst om langs elkaar heen te leven veel groter is dan de kunst van je verbonden weten.
Met enige regelmaat probeer ik weer op te roepen waarom ook al weer boeddhist ben geworden, zo’n jaar of twaalf geleden. Of ‘geworden’ is niet helemaal juist uitgedrukt, beter kan ik zeggen: waarom ik eraan toegaf toen ik ontdekte boeddhist te zijn.
Mijn motieven waren – en zijn – veel meer ontologisch (noot *) van aard dan emotioneel.
Begrippen als anatta, anicca, en suññata/sunyata en de theorie van de twee werkelijkheden waren en zijn veel belangrijker dan ‘verbondenheid’ en een holistische (en m.i.onjuiste) interpretatie als ‘wederzijdse afhankelijkheid’ van het principe paticcasamuppāda. (zie noot **)
Voel ik dan geen liefde en verbondenheid met andere levende wezens?
Toch wel, met sommigen meer dan met anderen (ik ben nu eenmaal niet volmaakt)
Het is alleen voor mij geen doel. Het is een resultaat, misschien een neveneffect van mijn boeddhistische beoefening, in de vorm van toegenomen mildheid bijvoorbeeld.
Af en toe laat ik in een minuut of zo het ontstaan van het universum en van het leven op aarde tot en met de komst van de mens (miljarden jaren dus) langs me schieten, voor zover ik weet hoe dat gaat en gegaan is. Dan zie ik sterren en melkwegstelsels, zwarte gaten en planeten door het heelal schieten; enkele (misschien vele) bewoond met levende wezens. Een verbijsterende en onbegrijpelijke hoeveelheid; zoveel dat ik denk dat is nergens goed voor. Het hoeft ook nergens goed voor te zijn. Het is er gewoon. Ik vind het leuk daarvan deel uit te maken, eventjes.
Soms dan, een andere keer denk ik, met Blaise Pascal, : "Le silence éternel de ces espaces infinis m’effraie" [De eeuwige stilte van die oneindige ruimte beangstigt mij] (Pensées 206 / 201)
Welk principe ook ten grondslag ligt aan al deze voortdurend van vorm veranderende materie en leven: ik zou het niet weten.
Maar ik weet wel dat het de naam van ‘verbondenheid’ geven aan dit principe betekenisloos is.
Op het gevaar af als gevoelloos benoemd te worden:
aan ‘verbondenheid’ (en ‘liefde’) wordt in het hedendaags westers boeddhisme hogelijk overdreven waarde toegekend; ik vind het te vaak narcistisch gebruikte begrippen. Ik kijk ook nooit in spiegels (en hoor wel van anderen als m’n haar niet goed zit).
Er is m.i. nog een andere reden waarom ‘verbondenheid’ en ‘liefde’ zo populair zijn. Namelijk dat met behulp ervan beweerd kan worden dat alle religies in wezen hetzelfde ideaal uitdragen, dat van de liefde. De Dalai Lama (althans als hij tegen westerlingen praat) en iemand als Karen Armstrong doen dat nog al. Tot mijn verbazing, want waarom zouden alle religies één moeten zijn? Wat is er tegen diversiteit? Ja, dat het conflicten op kan leveren; maar ik zou zeggen: zie de tegenstellingen maar onder ogen. Zie ook mijn blogs ´God is niet één en Boeddha ook niet´ deel één en deel twee .
Leerstellig gaat het bij ‘verbondenheid’ uiteindelijk om het tot uitdrukking brengen van het nondualistische. Nu is Theravada nauwelijks tot niet nondualistisch, zeker in vergelijking tot het Mahayana-boeddhisme.
Zie hier. Maar ook hier .
Ik ga dit artikel van Bhikkhu Bodhi niet samenvatten, alleen met instemming constateren dat hij ook niets moeten hebben van dit in het boeddhisme geslopen advaita vedanta idee.
Tenslotte, men zou kunnen zeggen: metta en de andere Brahmavihara’s, die vind je toch wel wezenlijk voor je beoefening?
Zeker, maar in het begin gebruikte al in critische zin de term ‘objectloze’ liefde, ik vind dat te makkelijk.
‘Metta’, ‘karuna’ en ‘mudita’ zijn niet objectloos maar hebben betrekking op wezens met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Ook aan het eind van mijn metta-meditatie versmelt ik niet met alle andere levende wezens.
*) De ontologie is de zijnsleer; de leer van het zijn als zodanig, van de algemene eigenschappen der dingen.
Traditioneel is ontologie een tak van de filosofie, binnen de metafysica. Ze beschrijft de eigenschappen, of breder: het zijn van het geheel van dingen, 'entiteiten' of ook zijnden genoemd, waarvan aangenomen wordt dat ze bestaan of beter: zijn.
In meer boeddhistische taal: 'de dingen zien zoals ze werkelijk zijn'.
**) (Noot, 6 juni toegevoegd)
Over die onjuiste holistische interpretatie van pratītyasamutpāda of paticcasamuppada
(te vertalen als "afhankelijk ontstaan") zie het artikel 'A Brief History of Interdependence' door David McMahan. Niet makkelijk, wel leerzaam.
Helemaal duidelijk is die nadruk me niet. Ik geloof dat bedoeld wordt dat je dat gevoel mòèt hèbben en dat bedoeld wordt dat je dat gevoel krijgt door de juiste beoefening.
Voor sommigen geldt een snellere route: die verbondenheid is er al, is er altijd al geweest, je moet hem alleen nog maar ontdekken en ervaren, een soort gemeenschappelijke Boeddha-Natuur dus.
Soms wordt ook de term ‘liefde’ gebruikt in plaats van ‘verbondenheid’ maar wegens de misverstanden die die term op kan roepen, laat ik dat woord liever maar buiten beschouwing. Het gaat dan om een speciaal soort, namelijk om objectloze, liefde.
En tja, dat is ook wat: ik voel die verbondenheid niet zo. Zeker niet met alle levende wezens in het universum waarvan ik het grootste deel volstrekt niet ken, en accepteer dat ze bestaan zonder dat ik ze ken.
En sterker nog: ik heb ook helemaal geen behoefte me met zoveel leven verbonden te voelen. Ik juich het toe dat er veel leven is, biodiversiteit is voor mij een grote waarde, maar ik denk dat de kunst om langs elkaar heen te leven veel groter is dan de kunst van je verbonden weten.
Met enige regelmaat probeer ik weer op te roepen waarom ook al weer boeddhist ben geworden, zo’n jaar of twaalf geleden. Of ‘geworden’ is niet helemaal juist uitgedrukt, beter kan ik zeggen: waarom ik eraan toegaf toen ik ontdekte boeddhist te zijn.
Mijn motieven waren – en zijn – veel meer ontologisch (noot *) van aard dan emotioneel.
Begrippen als anatta, anicca, en suññata/sunyata en de theorie van de twee werkelijkheden waren en zijn veel belangrijker dan ‘verbondenheid’ en een holistische (en m.i.onjuiste) interpretatie als ‘wederzijdse afhankelijkheid’ van het principe paticcasamuppāda. (zie noot **)
Voel ik dan geen liefde en verbondenheid met andere levende wezens?
Toch wel, met sommigen meer dan met anderen (ik ben nu eenmaal niet volmaakt)
Het is alleen voor mij geen doel. Het is een resultaat, misschien een neveneffect van mijn boeddhistische beoefening, in de vorm van toegenomen mildheid bijvoorbeeld.
Af en toe laat ik in een minuut of zo het ontstaan van het universum en van het leven op aarde tot en met de komst van de mens (miljarden jaren dus) langs me schieten, voor zover ik weet hoe dat gaat en gegaan is. Dan zie ik sterren en melkwegstelsels, zwarte gaten en planeten door het heelal schieten; enkele (misschien vele) bewoond met levende wezens. Een verbijsterende en onbegrijpelijke hoeveelheid; zoveel dat ik denk dat is nergens goed voor. Het hoeft ook nergens goed voor te zijn. Het is er gewoon. Ik vind het leuk daarvan deel uit te maken, eventjes.
Soms dan, een andere keer denk ik, met Blaise Pascal, : "Le silence éternel de ces espaces infinis m’effraie" [De eeuwige stilte van die oneindige ruimte beangstigt mij] (Pensées 206 / 201)
Welk principe ook ten grondslag ligt aan al deze voortdurend van vorm veranderende materie en leven: ik zou het niet weten.
Maar ik weet wel dat het de naam van ‘verbondenheid’ geven aan dit principe betekenisloos is.
Op het gevaar af als gevoelloos benoemd te worden:
aan ‘verbondenheid’ (en ‘liefde’) wordt in het hedendaags westers boeddhisme hogelijk overdreven waarde toegekend; ik vind het te vaak narcistisch gebruikte begrippen. Ik kijk ook nooit in spiegels (en hoor wel van anderen als m’n haar niet goed zit).
Er is m.i. nog een andere reden waarom ‘verbondenheid’ en ‘liefde’ zo populair zijn. Namelijk dat met behulp ervan beweerd kan worden dat alle religies in wezen hetzelfde ideaal uitdragen, dat van de liefde. De Dalai Lama (althans als hij tegen westerlingen praat) en iemand als Karen Armstrong doen dat nog al. Tot mijn verbazing, want waarom zouden alle religies één moeten zijn? Wat is er tegen diversiteit? Ja, dat het conflicten op kan leveren; maar ik zou zeggen: zie de tegenstellingen maar onder ogen. Zie ook mijn blogs ´God is niet één en Boeddha ook niet´ deel één en deel twee .
Leerstellig gaat het bij ‘verbondenheid’ uiteindelijk om het tot uitdrukking brengen van het nondualistische. Nu is Theravada nauwelijks tot niet nondualistisch, zeker in vergelijking tot het Mahayana-boeddhisme.
Zie hier. Maar ook hier .
Ik ga dit artikel van Bhikkhu Bodhi niet samenvatten, alleen met instemming constateren dat hij ook niets moeten hebben van dit in het boeddhisme geslopen advaita vedanta idee.
Tenslotte, men zou kunnen zeggen: metta en de andere Brahmavihara’s, die vind je toch wel wezenlijk voor je beoefening?
Zeker, maar in het begin gebruikte al in critische zin de term ‘objectloze’ liefde, ik vind dat te makkelijk.
‘Metta’, ‘karuna’ en ‘mudita’ zijn niet objectloos maar hebben betrekking op wezens met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Ook aan het eind van mijn metta-meditatie versmelt ik niet met alle andere levende wezens.
*) De ontologie is de zijnsleer; de leer van het zijn als zodanig, van de algemene eigenschappen der dingen.
Traditioneel is ontologie een tak van de filosofie, binnen de metafysica. Ze beschrijft de eigenschappen, of breder: het zijn van het geheel van dingen, 'entiteiten' of ook zijnden genoemd, waarvan aangenomen wordt dat ze bestaan of beter: zijn.
In meer boeddhistische taal: 'de dingen zien zoals ze werkelijk zijn'.
**) (Noot, 6 juni toegevoegd)
Over die onjuiste holistische interpretatie van pratītyasamutpāda of paticcasamuppada
(te vertalen als "afhankelijk ontstaan") zie het artikel 'A Brief History of Interdependence' door David McMahan. Niet makkelijk, wel leerzaam.
donderdag 10 mei 2012
Twee aankondigingen van studiedagen komende maand en een voor- en na-aankondiging
Hoewel een paar leveranciers van studiedagen het af laten weten, zoals ik in m’n vorige blog beschreef, (zie hier ), twee initiatieven door niet-boeddhistische (!) organisaties.
Bij beide initiatieven speelt André van der Braak een rol, jaja, het boeddhistische wereldje is klein.
Ook noem ik nog twee andere zaken.
I. Lezing op 4 juni bij de VU door Brian Victoria over de rol van het Boeddhisme en haar betrokkenheid bij oorlog en geweld
De lezing en aankondiging (zie hier ) is in het Engels, daarom zie ik af van het vertalen van citaten uit deze uitgebreide aankondiging.
De tweede titel van de lezing luidt : Zen as a Cult of Death in the W.W. II Writings of D.T. Suzuki
Met zijn geruchtmakende boek ‘Zen at War’ heeft Victoria bewezen daarvoor de aangewezen man te zijn.
Ik hoop alleen dat hij zich niet beperkt tot de betrokkenheid van het Zen-boeddhisme bij oorlog en geweld. Het zou best eens kunnen dat hij ook een en ander weet over deze betrokkenheid in andere landen en bij andere boeddhistische tradities (Sri Lanka is een voorbeeld)
Ik ga André van der Braak vragen of Brian Victoria dat ook aan de orde wil stellen.
II. Symposion op 2 juni bij de Rosenkruisers in Bilthoven over “Alle verandering komt tot rust in Boeddha, de geest van het universum”
Voor de volledige aankondiging, zie hier
Ik citeer de aankondiging van de twee te houden lezingen:
"ANDRÉ ROUMEN
Boeddha, de geest van het universum
Boeddha doorzag ons bestaan als een wielwenteling van ontstaan en vergaan, als een wordingsproces waarmee ons lijden onlosmakelijk is verbonden. Verlossing van de wielwenteling vereist een inkeer in de kern, om zo deel te krijgen aan de Boeddha-natuur, die heel het universum doordringt. Zo kunnen we de keten van oorzaken die ons bewustzijn en ons bestaan in stand houden, doorzien en doorbreken. Als onwetendheid zo plaats maakt voor een nieuw bewustzijnslicht, keren we terug in de geest van eenheid, de Boeddha-natuur, de geest van het universum.
ANDRÉ VAN DER BRAAK
Dharma, de bevrijdende leer die leidt tot wijsheid voorbij alle wijsheid
De leer van Boeddha gaat primair over de bevrijding van de mens uit de gevangenschap in het wentelende rad van geboorte en dood. Boeddha formuleerde het achtvoudige pad om mensen in staat te stellen geleidelijk onwetendheid op te heffen, geen negatief karma meer te creëren en nirvana te bereiken. Het mahayana-boeddhisme (het grote voertuig) legt een ander accent. Daarin gaat het vooral om de vervolmaking van wijsheid, om het realiseren de wijsheid voorbij alle wijsheid. We kunnen de werkelijkheid hooguit benaderen. De werkelijkheid zelf is onbegrijpelijk en onuitsprekelijk. Hoe kunnen we komen tot een dergelijke paradoxale wijsheid voorbij alle wijsheid?"
Ik krijg het gevoel dat de initiatiefnemers het boeddhisme in haar veel vormigheid wel wat selectief bekijken en het interpreteren in de richting van hun eigen Rozenkruis-filosofie. Hopenlijk dat André ook de boodschap van dukkha voor het voetlicht brengt, ook andere invullingen van het boeddhisme noemt, het niet alleen over wijsheid voorbij alle wijsheid heeft maar ook de eerste vijf paramita’s bespreekt.
Niettemin: een waardevol initiatief.
III. Vooraankondiging van een studiedag in september over “Hoe moet het verder met het georganiseerde Boeddhisme?”
Het jaar 2012 lijkt het jaar van de waterscheiding te worden t.a.v. het georganiseerde boeddhisme in Nederland. Hoe de kaart er – na de ledenbevergadering van de BUN op 9 juni en de evaluatie door het KASKI – er vandezomer uit gaat zien, is niet goed te voorspellen, maar hij kan wel eens anders uit zien dan nu.
Om dat duidelijk te maken, kan ik het makkelijkste mezelf citeren, een reactie in *openboeddhisme* (zie hier ):
“Terecht schrijft de redactie: ‘Zodra komt vast te staan dat de BUN niet aan deze eisen voldoet, of dat zij zelf aangeeft haar bestuurlijke verantwoordelijkheid niet langer te kunnen dragen, komen de BOS en BZI in gevaar. Dit vloeit voort uit de toepasselijke wet- en regelgeving.’
Het gevaar voor de BOS is tot nu onderbelicht gebleven. Het is niet denkbeeldig. In 2010 gaf het Commissariaat voor de Media (CvdM) de Nederlandse Moslim Omroep geen zendtijd meer omdat niet duidelijk was welk religieus genootschap deze omroep nu eigenlijk droeg.
Dit besluit was gebaseerd op artikel 2.42 Mediawet:
‘Het Commissariaat kan eens in de vijf jaar kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag aanwijzen voor het verzorgen van media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein. Voor aanwijzing komen slechts genootschappen in aanmerking die representatief geacht kunnen worden voor een in Nederland aanwezige kerkelijke of geestelijke hoofdstroming.’
Kan een noodverband van een nieuwe, snel opgerichte koepelorganisatie de BOS helpen?
Het CvdM zal de bezwaren daartegen ongetwijfeld serieus nemen. Die komen er zeker, niet alleen door organisaties en personenen maar ook door feiten: ontbrekende representativiteit.
Toch is het omvallen van de BOS geen argument om de BUN te continueren.
Er is een andere oplossing die tegelijk rekening houdt met de eis van de minister dat bij een fusie van de BOS een onafhankelijke programmaraad het boeddhistische gehalte van de programmering bewaakt.
De huidige participatieraad (PAR) is statutair onvoldoende geregeld. Ik heb in november 2011 voorstellen gedaan deze regeling te verbeteren.
Wellicht accepteert het CvdM de vernieuwde PAR (die waarschijnlijk beter een rechtspersoon kan worden) voor de komende drie jaar als opvolger van de BUN.
Volgens mij moet nog deze maand een begin met deze oplossingsrichting worden gemaakt.
Succes is niet gegarandeerd, maar het is een mogelijkheid. Míts belangenverstrengeling dit keer voorkomen wordt.”
Het lijkt me een goed idee over een en ander een studiedag te organiseren. Op een zaterdag in september dit jaar bv, in het midden van Nederland (nader te bepalen).
Samen met anderen; wie?
Misschien ook wel niet door mij, maar vooral of alleen door ‘verse boeddhisten'.
Dus meld u / je aan !
IV. Nog even terugkomen op een puntje uit m’n vorige blog over ditjes en datjes.
Een soort na-aankondiging eigenlijk.
Ik noemde het uitkomen van het eindrapport van de Werkgroep de Lotusbloem (zie hier ).
Inmiddels heb ik het gelezen en heb er inmiddels twee reacties op gegeven, waarbij ik het wel kan laten.
Aan het bestuur van de BUN (waarvan ik het rapport kreeg omdat ik een van de geinterviewden ben) schreef ik:
“Ik heb er begrip voor dat niet al mijn suggesties in het gesprek dat ik begin dit jaar met de werkgroep heb gevoerd, in dit eindrapport zijn opgenomen (eigenlijk geeneen, dat komt door het uitgangspunt genoemd op pag 26 ‘We gaan uit van de bestaande organisatorische context’)
Maar speciaal vind ik het wel jammer dat niets gedaan is met mijn suggestie
‘ de BUN biedt alsnog excuus aan aan het Commissariaat voor de Media voor het feit
. dat zij in 2009 en 2010 is meegegaan met de claim als zouden er in Nederland
. ruim 900.000 boeddhisten inclusief personen met sterke affiniteit tot het boeddhisme zijn'. ”
Aan de onderzoekers van het KASKI, die op dit moment de BUN als zendende instantie evalueert, en die ik recent informeerde over allerlei interessant nieuws (bv in *openboeddhisme*), schreef ik:
“Mijn persoonlijke mening, die ik inmiddels met anderen heb gedeeld, over de stand van zaken, na kennisneming van dit rapport :
Te weinig en te laat; het werkgroep-rapport gaat nog uit van de fictie dat de BUN een bestuurde vereniging is.”
Bij beide initiatieven speelt André van der Braak een rol, jaja, het boeddhistische wereldje is klein.
Ook noem ik nog twee andere zaken.
I. Lezing op 4 juni bij de VU door Brian Victoria over de rol van het Boeddhisme en haar betrokkenheid bij oorlog en geweld
De lezing en aankondiging (zie hier ) is in het Engels, daarom zie ik af van het vertalen van citaten uit deze uitgebreide aankondiging.
De tweede titel van de lezing luidt : Zen as a Cult of Death in the W.W. II Writings of D.T. Suzuki
Met zijn geruchtmakende boek ‘Zen at War’ heeft Victoria bewezen daarvoor de aangewezen man te zijn.
Ik hoop alleen dat hij zich niet beperkt tot de betrokkenheid van het Zen-boeddhisme bij oorlog en geweld. Het zou best eens kunnen dat hij ook een en ander weet over deze betrokkenheid in andere landen en bij andere boeddhistische tradities (Sri Lanka is een voorbeeld)
Ik ga André van der Braak vragen of Brian Victoria dat ook aan de orde wil stellen.
II. Symposion op 2 juni bij de Rosenkruisers in Bilthoven over “Alle verandering komt tot rust in Boeddha, de geest van het universum”
Voor de volledige aankondiging, zie hier
Ik citeer de aankondiging van de twee te houden lezingen:
"ANDRÉ ROUMEN
Boeddha, de geest van het universum
Boeddha doorzag ons bestaan als een wielwenteling van ontstaan en vergaan, als een wordingsproces waarmee ons lijden onlosmakelijk is verbonden. Verlossing van de wielwenteling vereist een inkeer in de kern, om zo deel te krijgen aan de Boeddha-natuur, die heel het universum doordringt. Zo kunnen we de keten van oorzaken die ons bewustzijn en ons bestaan in stand houden, doorzien en doorbreken. Als onwetendheid zo plaats maakt voor een nieuw bewustzijnslicht, keren we terug in de geest van eenheid, de Boeddha-natuur, de geest van het universum.
ANDRÉ VAN DER BRAAK
Dharma, de bevrijdende leer die leidt tot wijsheid voorbij alle wijsheid
De leer van Boeddha gaat primair over de bevrijding van de mens uit de gevangenschap in het wentelende rad van geboorte en dood. Boeddha formuleerde het achtvoudige pad om mensen in staat te stellen geleidelijk onwetendheid op te heffen, geen negatief karma meer te creëren en nirvana te bereiken. Het mahayana-boeddhisme (het grote voertuig) legt een ander accent. Daarin gaat het vooral om de vervolmaking van wijsheid, om het realiseren de wijsheid voorbij alle wijsheid. We kunnen de werkelijkheid hooguit benaderen. De werkelijkheid zelf is onbegrijpelijk en onuitsprekelijk. Hoe kunnen we komen tot een dergelijke paradoxale wijsheid voorbij alle wijsheid?"
Ik krijg het gevoel dat de initiatiefnemers het boeddhisme in haar veel vormigheid wel wat selectief bekijken en het interpreteren in de richting van hun eigen Rozenkruis-filosofie. Hopenlijk dat André ook de boodschap van dukkha voor het voetlicht brengt, ook andere invullingen van het boeddhisme noemt, het niet alleen over wijsheid voorbij alle wijsheid heeft maar ook de eerste vijf paramita’s bespreekt.
Niettemin: een waardevol initiatief.
III. Vooraankondiging van een studiedag in september over “Hoe moet het verder met het georganiseerde Boeddhisme?”
Het jaar 2012 lijkt het jaar van de waterscheiding te worden t.a.v. het georganiseerde boeddhisme in Nederland. Hoe de kaart er – na de ledenbevergadering van de BUN op 9 juni en de evaluatie door het KASKI – er vandezomer uit gaat zien, is niet goed te voorspellen, maar hij kan wel eens anders uit zien dan nu.
Om dat duidelijk te maken, kan ik het makkelijkste mezelf citeren, een reactie in *openboeddhisme* (zie hier ):
“Terecht schrijft de redactie: ‘Zodra komt vast te staan dat de BUN niet aan deze eisen voldoet, of dat zij zelf aangeeft haar bestuurlijke verantwoordelijkheid niet langer te kunnen dragen, komen de BOS en BZI in gevaar. Dit vloeit voort uit de toepasselijke wet- en regelgeving.’
Het gevaar voor de BOS is tot nu onderbelicht gebleven. Het is niet denkbeeldig. In 2010 gaf het Commissariaat voor de Media (CvdM) de Nederlandse Moslim Omroep geen zendtijd meer omdat niet duidelijk was welk religieus genootschap deze omroep nu eigenlijk droeg.
Dit besluit was gebaseerd op artikel 2.42 Mediawet:
‘Het Commissariaat kan eens in de vijf jaar kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag aanwijzen voor het verzorgen van media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein. Voor aanwijzing komen slechts genootschappen in aanmerking die representatief geacht kunnen worden voor een in Nederland aanwezige kerkelijke of geestelijke hoofdstroming.’
Kan een noodverband van een nieuwe, snel opgerichte koepelorganisatie de BOS helpen?
Het CvdM zal de bezwaren daartegen ongetwijfeld serieus nemen. Die komen er zeker, niet alleen door organisaties en personenen maar ook door feiten: ontbrekende representativiteit.
Toch is het omvallen van de BOS geen argument om de BUN te continueren.
Er is een andere oplossing die tegelijk rekening houdt met de eis van de minister dat bij een fusie van de BOS een onafhankelijke programmaraad het boeddhistische gehalte van de programmering bewaakt.
De huidige participatieraad (PAR) is statutair onvoldoende geregeld. Ik heb in november 2011 voorstellen gedaan deze regeling te verbeteren.
Wellicht accepteert het CvdM de vernieuwde PAR (die waarschijnlijk beter een rechtspersoon kan worden) voor de komende drie jaar als opvolger van de BUN.
Volgens mij moet nog deze maand een begin met deze oplossingsrichting worden gemaakt.
Succes is niet gegarandeerd, maar het is een mogelijkheid. Míts belangenverstrengeling dit keer voorkomen wordt.”
Het lijkt me een goed idee over een en ander een studiedag te organiseren. Op een zaterdag in september dit jaar bv, in het midden van Nederland (nader te bepalen).
Samen met anderen; wie?
Misschien ook wel niet door mij, maar vooral of alleen door ‘verse boeddhisten'.
Dus meld u / je aan !
IV. Nog even terugkomen op een puntje uit m’n vorige blog over ditjes en datjes.
Een soort na-aankondiging eigenlijk.
Ik noemde het uitkomen van het eindrapport van de Werkgroep de Lotusbloem (zie hier ).
Inmiddels heb ik het gelezen en heb er inmiddels twee reacties op gegeven, waarbij ik het wel kan laten.
Aan het bestuur van de BUN (waarvan ik het rapport kreeg omdat ik een van de geinterviewden ben) schreef ik:
“Ik heb er begrip voor dat niet al mijn suggesties in het gesprek dat ik begin dit jaar met de werkgroep heb gevoerd, in dit eindrapport zijn opgenomen (eigenlijk geeneen, dat komt door het uitgangspunt genoemd op pag 26 ‘We gaan uit van de bestaande organisatorische context’)
Maar speciaal vind ik het wel jammer dat niets gedaan is met mijn suggestie
‘ de BUN biedt alsnog excuus aan aan het Commissariaat voor de Media voor het feit
. dat zij in 2009 en 2010 is meegegaan met de claim als zouden er in Nederland
. ruim 900.000 boeddhisten inclusief personen met sterke affiniteit tot het boeddhisme zijn'. ”
Aan de onderzoekers van het KASKI, die op dit moment de BUN als zendende instantie evalueert, en die ik recent informeerde over allerlei interessant nieuws (bv in *openboeddhisme*), schreef ik:
“Mijn persoonlijke mening, die ik inmiddels met anderen heb gedeeld, over de stand van zaken, na kennisneming van dit rapport :
Te weinig en te laat; het werkgroep-rapport gaat nog uit van de fictie dat de BUN een bestuurde vereniging is.”
donderdag 12 april 2012
Mooie rol voor ex-BUN-voorzitter in Islam debat Maar zijn boeddhisten echt zo lief en tolerant?
Een paar weken geleden is een rapport van de Universiteit van Amsterdam uitgebracht met als titel
Religie, binding en polarisatie.
De reacties van de leiding van levensbeschouwelijke organisaties op islamkritische uitingen.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het rapport is hier te downloaden.
Het onderzoek is overigens in de eerste helft van 2011 uitgevoerd want als voorzitter van de BUN wordt nog onbekommerd Richard de Jongh genoemd, en die was van januari tot begin augustus van dat jaar voorzitter.
Ik citeer uit het persbericht van de UvA ( hier )
“Levensbeschouwelijke organisaties in Nederland doen niet mee aan de polarisatie rond moslims en de islam. In reactie op islamkritiek en anti-islamitische uitingen hebben de mainstream islamitische, christelijke en joodse organisaties de banden aangehaald. ... Vellenga en Wiegers onderzochten hoe de leiding van levensbeschouwelijke organisaties reageerden op islamkritische uitingen en welke factoren van invloed zijn geweest op deze reacties. Vijf islamkritische of anti-islamitische uitingen staan centraal in het onderzoek: de film Submission (2004), de Deense cartoonaffaire (2005 - 2006), de film Fitna (2008), de film An Interview with Mohammed (2008) en het Zwitserse minarettenverbod (2009). Vellenga en Wiegers deden onderzoek onder 21 landelijke levensbeschouwelijke organisaties in Nederland: tien islamitische, vijf christelijke, drie joodse, een hindoeïstische, een boeddhistische en een humanistische."
Mij interesseert uiteraard het deel van het rapport (paragraaf 5.3 op pagina 192-197) over de boeddhistische organisatie. De BUN dus.
Het blijkt dat alleen één ex-voorzitter van de BUN is geïnterviewd (“V” zal ik hem noemen omdat het me voor komt dat teveel roem niet goed voor hem of haar is) is die van 2007 tot begin 2009 voorzitter was en aan het eind van die periode ambtenaar bij het ministerie van Justitie werd.
De missie van die voorzitter was het om – naar eigen zeggen - het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren.” (pagina 192) Zo hoor je nog eens wat.
Op basis van citaten van V wordt een kenschets gegeven van wat het (Westerse) boeddhisme is, een nogal persoonlijke selectie, vind ik.
Dat geldt ook de analyse. Ik heb de verslagen van de ledenvergaderingen van de BUN uit de betreffende periode gelezen, en hun Nieuwsbrieven, ze bevatten slechts summiere informatie over deze maatschappelijke verankering en over het met minister Hirsch Ballin aan de tafel zitten van de BUN-leider in 2008. Als het rapport dus zegt “Er zijn geen aanwijzingen in het interview met V voor de stelling dat er van binnenuit of van buitenaf (sterke) druk op de leiding van de BUN is uitgeoefend om op een bepaalde manier te reageren op de betreffende islamkritische uitingen” (pagina 196), dan denk ik: logisch, vrijwel geen boeddhist wist dat de leiding van de BUN met het thema Islamkritiek bezig was.
Ook wordt meegedeeld: “Hoewel de BUN-leiding niet gereageerd heeft op de geselecteerde uitingen van islamkritiek, heeft V daarover wel een opvatting."(pagina 195) En dan volgt een serie persoonlijke opvattingen zoals “... de moeite met het “gesloten wereldbeeld” zoals dat onder bijvoorbeeld orthodox-gereformeerden in Nederland aantreft” (pagina 196).
Volgens mij is het onjuist dat deze ex-voorzitter, toen al Justitie-ambtenaar, deze persoonlijke opvattingen ter berde bracht in het interview.
Hieronder geef ik de samenvatting (door de onderzoekers) van het hoofdstuk 5.3 over de BUN
Op dit rapport wil ik enig kommentaar geven
(1) In zekere zin wordt achteraf door de voormalige ‘leiding van de BUN’ verantwoording afgelegd over dit beleid. Grote problemen heb ik er niet mee. Gezien de haatgevoelens van de film ‘Fitna’ en de heftige reacties die ze opriep in 2008, kan ik me de vredestichtende rol van de BUN wel voorstellen.
(2) De eerste zinnen van de samenvatting vind ik te kort door de bocht. We weten helemaal niet of de “de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld” waren of zouden zijn geweest over bedoelde “islamkritische uitingen”; in het openbaar reageren is had m.i. het BUN-bestuur best kunnen doen. Raar vind ik ook dat dat de ex-voorzitter openbaarheid niet in het belang van de BUN-leden achtte.
(3) Het hele hoofdstuk (dat is: het interview) bevestigt de populaire visie dat het boeddhisme buitengewoon tolerant is ten opzichte van andere religies en ook buitengewoon vredelievend en vredestichtend is.
Het is fijn als boeddhist om zo waargenomen te worden. Maar klopt het ook?
Die vraag moet ik op twee niveaus beantwoorden:
(a) Op het niveau van de leer, de Dharma.
In alle boeddhistische tradities wordt – voorzover ik weet – vredelievendheid en non-agressie gepreekt.
Maar tolerantie ten aanzien van andere religies of zelfs ten aanzien van andere boeddhistische tradities is toch maar beperkt. De Boeddha bestrijdt (zeker in de Pali Canon) onjuiste visies met grote stelligheid en duidelijkheid want die brengen degene die daarin gelooft, niet tot ‘Ontwaken’. En sommige Mahayana-teksten zijn soms ronduit beledigend voor wat ze Hinayana noemen. Ook hoor ik wel eens over het elkaar bestrijden van Tibetaans-boeddhistische scholen.
(b) Op het niveau van de politiek.
In het Westen en zeker in Nederland is het boeddhisme geen politieke factor van enige betekenis. Maar in Aziatische landen wel en daar wordt wel degelijk machtspolitiek gevoerd door boeddhistische regimes die bepaald niet (alleen) gebaseerd zijn op principes als vredelievendheid en tolerantie. Soms met expliciete steun van monniken, zoals in Sri Lanka. Een ander voorbeeld: Bhutan.
En zelfs in en om onze eigen Nederlandse BUN is er wel machtsstrijd: niets menselijk is ons (boeddhisten) vreemd.
(4) Wat vindt het Boeddhisme (liever gezegd: ‘een boeddhist') eigenlijk van de Islam? Los dus van de politieke en soms gewapende strijd in landen als Thailand (met een islamitische minderheid in het zuiden van het land), puur als religie dus?
Mijn indruk is dat de meeste autochtone boeddhisten in Nederland er eenvoudigweg geen mening over hebben, of hoogstens vaag dezelfde mening als vergelijkbare niet-boeddhisten uit dezelfde maatschappelijke en culturele klasse (blank, goed opgeleid). Anders en à la Geert Wilders gezegd: het zijn geen “Henken en Ingrids”, het zijn nogal wereldburgers. Dat ze dus vaag-tolerante opvattingen hebben in de trant van ‘leven en laten leven’, maar ook ‘ver van m’n bed’..
En hoe de allochtone boeddhisten in Nederland (bv Chinezen en Thai) over de Islam denken, daar weet ik helemaal niets van, niemand volgens mij.
Bijna alle autochtone boeddhisten hebben zichzelf als (jong)volwassene tot boeddhist bekeerd, of tot iemand met affiniteit tot het boeddhisme zoals velen graag zeggen. Daar is wel enige religie-vergelijking aan voorafgegaan dus, moet ik aannemen, bij mij was dat in ieder geval wel zo.
Stel nou dat zo’n boeddhist de Islam puur als religie bekijkt, zou dat hem of haar aanspreken? Ik denk het niet, afgezien dan van de mystieke stromingen binnen de Islam, zoals de Soefi.
Christenen en moslims kunnen mogelijk hun religies zinvol met elkaar vergelijken, daarvoor zijn er genoeg aanknopingspunten. Maar die tussen Boeddhisme en de Islam zie ik nauwelijks.
Is dat erg? Misschien wel voor degenen die vinden dat alles één is. Niet voor wie accepteert dat er verschillen zijn die ook best als (onoverbrugbare) verschillen benoemd mogen worden.
Samenvatting en verbanden [pagina 197 van het rapport]
Op de vijf islamkritische uitingen die in dit onderzoek centraal staan, is door de BUN-leiding niet openbaar gereageerd. Zij zag dit niet als haar taak of in het belang van haar leden. Over dergelijke kwesties zijn de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld. Wel heeft de BUN zich in de context van het negatieve klimaat over de islam in Nederland aangesloten bij de inter-levensbeschouwelijke verbanden van de jaarlijkse Prinsjesdagviering en In Vrijheid Verbonden waarbinnen ze contact heeft met vertegenwoordigers van islamitische organisaties. Ook werkt ze graag samen met de stichting Islam & Dialoog. In naam van de BUN heeft V deelgenomen aan het Fitna-beraad van de ministers Hirsch Ballin en Vogelaar met vertegenwoordigers van een twintigtal levensbeschouwelijke en etnische organisaties. Op dat beraad kijkt hij met zeer veel tevredenheid terug.
“Met al die moslimorganisaties en ik zat er namens de boeddhisten in en iemand van het humanisme en van de katholieken en van de protestanten, gewoon om de moslims bij te staan van: hoe ga je hier nou mee om, hier in Nederland? Nou, dat is gewoon heel goed gegaan.” (Interview V)
De BUN-leiding ziet de vrijheid van godsdienst als een zeer belangrijke grondslag voor het vreedzaam samenleven van de zeer uiteenlopende levensbeschouwelijke groeperingen in Nederland. Ze hecht aan de vrijheid van meningsuiting, maar vindt tegelijkertijd dat die vrijheid niet gebruikt mag worden ten koste van anderen, bijvoorbeeld moslims. Vanwege de inhoudelijke afstand loopt de band met islamitische instellingen doorgaans via de lijn van inter-levensbeschouwelijke verbanden. V loopt warm voor interreligieuze uitwisseling en contacten. Volgens hem zijn boeddhisten geen partij in de spanningen die in interreligieuze verbanden weleens tussen organisaties van monotheïstische religies de kop opsteken en kan de BUN daarbij soms een relativerende en bemiddelende rol spelen.
Het optreden van de BUN-leiding op het terrein van islamkritiek en interreligieuze contacten is deels toe te schrijven aan de ambitie van V, als voorzitter van de BUN tussen 2007 en 2009, om het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren” en de BUN op het terrein van de inter-levensbeschouwelijke dialoog actief te laten zijn. Dat optreden wordt ingegeven door waarden en karaktertrekken die het boeddhisme volgens V kenmerken. Volgens hem staan in het boeddhisme waarden als ‘mededogen’, ‘compassie’ en ‘respect’ centraal en is het boeddhisme een niet-dogmatische, inclusieve levensbeschouwing die andere spirituele stromingen niet uit-, maar insluit en zich daarmee gemakkelijk laat verbinden. De humoristische en relativerende rol die V de BUN toekent bij interreligieuze spanningen houdt mogelijk verband met de positie die zij in het levensbeschouwelijke veld inneemt. Het boeddhisme is een spirituele stroming in Nederland die buiten de monotheïstische godsdiensten staat. Wellicht omdat de BUN een relatief jonge en kleine organisatie is die weinig belangen te verdedigen heeft, kan zij binnen inter-levensbeschouwelijke verbanden gemakkelijk de ‘doorbrekende’ rol van een “hofnar” spelen.”
Religie, binding en polarisatie.
De reacties van de leiding van levensbeschouwelijke organisaties op islamkritische uitingen.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het rapport is hier te downloaden.
Het onderzoek is overigens in de eerste helft van 2011 uitgevoerd want als voorzitter van de BUN wordt nog onbekommerd Richard de Jongh genoemd, en die was van januari tot begin augustus van dat jaar voorzitter.
Ik citeer uit het persbericht van de UvA ( hier )
“Levensbeschouwelijke organisaties in Nederland doen niet mee aan de polarisatie rond moslims en de islam. In reactie op islamkritiek en anti-islamitische uitingen hebben de mainstream islamitische, christelijke en joodse organisaties de banden aangehaald. ... Vellenga en Wiegers onderzochten hoe de leiding van levensbeschouwelijke organisaties reageerden op islamkritische uitingen en welke factoren van invloed zijn geweest op deze reacties. Vijf islamkritische of anti-islamitische uitingen staan centraal in het onderzoek: de film Submission (2004), de Deense cartoonaffaire (2005 - 2006), de film Fitna (2008), de film An Interview with Mohammed (2008) en het Zwitserse minarettenverbod (2009). Vellenga en Wiegers deden onderzoek onder 21 landelijke levensbeschouwelijke organisaties in Nederland: tien islamitische, vijf christelijke, drie joodse, een hindoeïstische, een boeddhistische en een humanistische."
Mij interesseert uiteraard het deel van het rapport (paragraaf 5.3 op pagina 192-197) over de boeddhistische organisatie. De BUN dus.
Het blijkt dat alleen één ex-voorzitter van de BUN is geïnterviewd (“V” zal ik hem noemen omdat het me voor komt dat teveel roem niet goed voor hem of haar is) is die van 2007 tot begin 2009 voorzitter was en aan het eind van die periode ambtenaar bij het ministerie van Justitie werd.
De missie van die voorzitter was het om – naar eigen zeggen - het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren.” (pagina 192) Zo hoor je nog eens wat.
Op basis van citaten van V wordt een kenschets gegeven van wat het (Westerse) boeddhisme is, een nogal persoonlijke selectie, vind ik.
Dat geldt ook de analyse. Ik heb de verslagen van de ledenvergaderingen van de BUN uit de betreffende periode gelezen, en hun Nieuwsbrieven, ze bevatten slechts summiere informatie over deze maatschappelijke verankering en over het met minister Hirsch Ballin aan de tafel zitten van de BUN-leider in 2008. Als het rapport dus zegt “Er zijn geen aanwijzingen in het interview met V voor de stelling dat er van binnenuit of van buitenaf (sterke) druk op de leiding van de BUN is uitgeoefend om op een bepaalde manier te reageren op de betreffende islamkritische uitingen” (pagina 196), dan denk ik: logisch, vrijwel geen boeddhist wist dat de leiding van de BUN met het thema Islamkritiek bezig was.
Ook wordt meegedeeld: “Hoewel de BUN-leiding niet gereageerd heeft op de geselecteerde uitingen van islamkritiek, heeft V daarover wel een opvatting."(pagina 195) En dan volgt een serie persoonlijke opvattingen zoals “... de moeite met het “gesloten wereldbeeld” zoals dat onder bijvoorbeeld orthodox-gereformeerden in Nederland aantreft” (pagina 196).
Volgens mij is het onjuist dat deze ex-voorzitter, toen al Justitie-ambtenaar, deze persoonlijke opvattingen ter berde bracht in het interview.
Hieronder geef ik de samenvatting (door de onderzoekers) van het hoofdstuk 5.3 over de BUN
Op dit rapport wil ik enig kommentaar geven
(1) In zekere zin wordt achteraf door de voormalige ‘leiding van de BUN’ verantwoording afgelegd over dit beleid. Grote problemen heb ik er niet mee. Gezien de haatgevoelens van de film ‘Fitna’ en de heftige reacties die ze opriep in 2008, kan ik me de vredestichtende rol van de BUN wel voorstellen.
(2) De eerste zinnen van de samenvatting vind ik te kort door de bocht. We weten helemaal niet of de “de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld” waren of zouden zijn geweest over bedoelde “islamkritische uitingen”; in het openbaar reageren is had m.i. het BUN-bestuur best kunnen doen. Raar vind ik ook dat dat de ex-voorzitter openbaarheid niet in het belang van de BUN-leden achtte.
(3) Het hele hoofdstuk (dat is: het interview) bevestigt de populaire visie dat het boeddhisme buitengewoon tolerant is ten opzichte van andere religies en ook buitengewoon vredelievend en vredestichtend is.
Het is fijn als boeddhist om zo waargenomen te worden. Maar klopt het ook?
Die vraag moet ik op twee niveaus beantwoorden:
(a) Op het niveau van de leer, de Dharma.
In alle boeddhistische tradities wordt – voorzover ik weet – vredelievendheid en non-agressie gepreekt.
Maar tolerantie ten aanzien van andere religies of zelfs ten aanzien van andere boeddhistische tradities is toch maar beperkt. De Boeddha bestrijdt (zeker in de Pali Canon) onjuiste visies met grote stelligheid en duidelijkheid want die brengen degene die daarin gelooft, niet tot ‘Ontwaken’. En sommige Mahayana-teksten zijn soms ronduit beledigend voor wat ze Hinayana noemen. Ook hoor ik wel eens over het elkaar bestrijden van Tibetaans-boeddhistische scholen.
(b) Op het niveau van de politiek.
In het Westen en zeker in Nederland is het boeddhisme geen politieke factor van enige betekenis. Maar in Aziatische landen wel en daar wordt wel degelijk machtspolitiek gevoerd door boeddhistische regimes die bepaald niet (alleen) gebaseerd zijn op principes als vredelievendheid en tolerantie. Soms met expliciete steun van monniken, zoals in Sri Lanka. Een ander voorbeeld: Bhutan.
En zelfs in en om onze eigen Nederlandse BUN is er wel machtsstrijd: niets menselijk is ons (boeddhisten) vreemd.
(4) Wat vindt het Boeddhisme (liever gezegd: ‘een boeddhist') eigenlijk van de Islam? Los dus van de politieke en soms gewapende strijd in landen als Thailand (met een islamitische minderheid in het zuiden van het land), puur als religie dus?
Mijn indruk is dat de meeste autochtone boeddhisten in Nederland er eenvoudigweg geen mening over hebben, of hoogstens vaag dezelfde mening als vergelijkbare niet-boeddhisten uit dezelfde maatschappelijke en culturele klasse (blank, goed opgeleid). Anders en à la Geert Wilders gezegd: het zijn geen “Henken en Ingrids”, het zijn nogal wereldburgers. Dat ze dus vaag-tolerante opvattingen hebben in de trant van ‘leven en laten leven’, maar ook ‘ver van m’n bed’..
En hoe de allochtone boeddhisten in Nederland (bv Chinezen en Thai) over de Islam denken, daar weet ik helemaal niets van, niemand volgens mij.
Bijna alle autochtone boeddhisten hebben zichzelf als (jong)volwassene tot boeddhist bekeerd, of tot iemand met affiniteit tot het boeddhisme zoals velen graag zeggen. Daar is wel enige religie-vergelijking aan voorafgegaan dus, moet ik aannemen, bij mij was dat in ieder geval wel zo.
Stel nou dat zo’n boeddhist de Islam puur als religie bekijkt, zou dat hem of haar aanspreken? Ik denk het niet, afgezien dan van de mystieke stromingen binnen de Islam, zoals de Soefi.
Christenen en moslims kunnen mogelijk hun religies zinvol met elkaar vergelijken, daarvoor zijn er genoeg aanknopingspunten. Maar die tussen Boeddhisme en de Islam zie ik nauwelijks.
Is dat erg? Misschien wel voor degenen die vinden dat alles één is. Niet voor wie accepteert dat er verschillen zijn die ook best als (onoverbrugbare) verschillen benoemd mogen worden.
Samenvatting en verbanden [pagina 197 van het rapport]
Op de vijf islamkritische uitingen die in dit onderzoek centraal staan, is door de BUN-leiding niet openbaar gereageerd. Zij zag dit niet als haar taak of in het belang van haar leden. Over dergelijke kwesties zijn de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld. Wel heeft de BUN zich in de context van het negatieve klimaat over de islam in Nederland aangesloten bij de inter-levensbeschouwelijke verbanden van de jaarlijkse Prinsjesdagviering en In Vrijheid Verbonden waarbinnen ze contact heeft met vertegenwoordigers van islamitische organisaties. Ook werkt ze graag samen met de stichting Islam & Dialoog. In naam van de BUN heeft V deelgenomen aan het Fitna-beraad van de ministers Hirsch Ballin en Vogelaar met vertegenwoordigers van een twintigtal levensbeschouwelijke en etnische organisaties. Op dat beraad kijkt hij met zeer veel tevredenheid terug.
“Met al die moslimorganisaties en ik zat er namens de boeddhisten in en iemand van het humanisme en van de katholieken en van de protestanten, gewoon om de moslims bij te staan van: hoe ga je hier nou mee om, hier in Nederland? Nou, dat is gewoon heel goed gegaan.” (Interview V)
De BUN-leiding ziet de vrijheid van godsdienst als een zeer belangrijke grondslag voor het vreedzaam samenleven van de zeer uiteenlopende levensbeschouwelijke groeperingen in Nederland. Ze hecht aan de vrijheid van meningsuiting, maar vindt tegelijkertijd dat die vrijheid niet gebruikt mag worden ten koste van anderen, bijvoorbeeld moslims. Vanwege de inhoudelijke afstand loopt de band met islamitische instellingen doorgaans via de lijn van inter-levensbeschouwelijke verbanden. V loopt warm voor interreligieuze uitwisseling en contacten. Volgens hem zijn boeddhisten geen partij in de spanningen die in interreligieuze verbanden weleens tussen organisaties van monotheïstische religies de kop opsteken en kan de BUN daarbij soms een relativerende en bemiddelende rol spelen.
Het optreden van de BUN-leiding op het terrein van islamkritiek en interreligieuze contacten is deels toe te schrijven aan de ambitie van V, als voorzitter van de BUN tussen 2007 en 2009, om het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren” en de BUN op het terrein van de inter-levensbeschouwelijke dialoog actief te laten zijn. Dat optreden wordt ingegeven door waarden en karaktertrekken die het boeddhisme volgens V kenmerken. Volgens hem staan in het boeddhisme waarden als ‘mededogen’, ‘compassie’ en ‘respect’ centraal en is het boeddhisme een niet-dogmatische, inclusieve levensbeschouwing die andere spirituele stromingen niet uit-, maar insluit en zich daarmee gemakkelijk laat verbinden. De humoristische en relativerende rol die V de BUN toekent bij interreligieuze spanningen houdt mogelijk verband met de positie die zij in het levensbeschouwelijke veld inneemt. Het boeddhisme is een spirituele stroming in Nederland die buiten de monotheïstische godsdiensten staat. Wellicht omdat de BUN een relatief jonge en kleine organisatie is die weinig belangen te verdedigen heeft, kan zij binnen inter-levensbeschouwelijke verbanden gemakkelijk de ‘doorbrekende’ rol van een “hofnar” spelen.”
woensdag 21 maart 2012
Mindfulness en het Boeddhisme, een dialoog
Een paar weken geleden ontdekte ik de blog van Dorle Lommatzsch, ‘Op zoek naar jezelf’ (hier), onderdeel van haar koppel websites www.opzoeknaarjezelf.nu en www.openbewustzijn.nl/
Daar stonden een aantal teksten over over mindfulness, in relatie tot het boeddhisme: een uit september 2011 en een aantal uit mei van dat jaar.
Heldere teksten, maar ook een mooie aanleiding voor mij wat critische kanttekeningen te maken over die relatie.
Het lukte me niet die reactie op die blog te krijgen, daarom mailde ik het haar, en kreeg een reactie. We spraken af onze dialoog te bloggen.
Hieronder het begin van de september-blog van Dorle
Vervolgens mijn reactie, per passage afgewisseld door een repliek door Dorle.
Tenslotte een nawoord van ieder van ons.
In mijn samenvatting: we zijn het nog steeds oneens maar op een hoger niveau.
Mindfulness: een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen
by Dorle Lommatzsch , 15 september 2011
Sinds honderden jaren zijn wetenschap en religie gescheiden werelden. Of nog sterker: werelden die elkaar uitsloten of bevochten. Nu blijkt er door de huidige toepassing van mindfulness ( die zijn oorsprong kent in de vipassana, een meditatie-training uit het boeddhisme) een combinatie mogelijk te zijn tussen westerse psychologie en boeddhistische psychologie.
Lees meer van dit artikel
Lees meer over Boeddhisme en mindfulness
Reactie op ‘Mindfulness een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen ‘, en antwoord
Joop
Hallo Dorle, graag reageer ik op het thema van de relatie tussen ‘mindfulness’ en ‘Boeddhisme als religie’ (de relatie tussen elk van deze twee en ‘wetenschap’ laat ik buiten beschouwing)
Ik ben blij dat je de relatie met het boeddhisme in ieder geval noemt, in veel teksten over mindfulness wordt deze bron verdonkeremaand. Ik weet het, men zegt desgevraagd daar goede bedoelingen mee te hebben, namelijk dat het noemen ervan een drempel opwerpt, maar voor mij is dit verzwijgen een vorm van onzuiver spreken en dus ethisch onjuist.
Ook ben ik het met je eens als je afsluit met "Toch vertoont de huidige toepassing van mindfulness een ernstig gebrek: zij dreigt haar boeddhistische wortels uit het oog te verliezen en daarmee de grond die nodig is om de rijkdom van de eeuwenoude mindfulness verder te ontginnen en te ontvouwen. Deze grond heb je mijns inziens nodig, wil je de volle vruchten kunnen plukken in de kruisbestuiving van boeddhistische en westerse psychologie."
Maar ik ben het ook op een aantal punten met je oneens.
Om te beginnen: je noemt mindfulness een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen.
O Ja? Wie heeft dat dan geschonken? ‘Het Westen’ heeft genomen en niet gekregen; om met de Susima Sutta te spreken: gestolen van de Dhamma.
Dorle
Geschenk zie ik hier in een wijder perspectief. Er zijn macro-ontwikkelingen in de wereld die we op korte termijn misschien als nadeel, ongeluk of lijden beschouwen (zoals b.v. de gedwongen verhuizing van de Dalai Lama en vele ander boeddhistishe leraren uit Tibet) maar op lange termijn misschien als zegen. Zo beschouw ik het gebruik van mindfulness binnen de MBSR (Mindfulness Based Stress Reduction) en de MBCT (Mindfulness Based Cognitive Therapy) ook vanuit een ruimter perspectief. Op korte termijn en vanuit een sangha perspectief zou je misschien kunnen zeggen dat de Dharma hier gestolen wordt. Maar misschien is dat wel precies dé stap die nodig is om grote groepen mensen weer in contact te brengen met hun oorspronkelijke spirituele wezen? Misschien kunnen we over twintig jaar zeggen dat door de ontwikkelingen rond de huidige toepassing van mindfulness het respect en de waardering voor bewustzijnstraining en contemplatie - die ooit in her verdomhoekje van ‘zweverige religie’ zaten - in ere werd hersteld? En leidt een bewustzijnstraining op boeddhistische grondslag niet altijd op den duur naar spirituele bewustwording? Hoe beperkt het MBSR programma ook is, ik ervaar het als een veelbelovend begin met een enorme potentie tot verdieping en ontvouwing voor ons spirituele wezen. Ik ben laatst op een netwerkdag geweest van mindfulness-trainers. Ik kreeg daar een echt sangha-gevoel (als je weet wat ik bedoel): ik ontmoette daar allemaal mensen die geraakt en blij waren met de diepte en echtheid die het werken met mindfulness teweeg brengt, bij hunzelf en bij hun cursisten en cliënten. Er zijn misschien meer overeenkomsten tussen MBSR/MBCT trainers en boeddhistische sangha’s dan we denken. Misschien valt dit me op omdat ik me in beide ‘kringen’ beweeg.
Joop
In je blog van 21 mei zeg je: "De aandachts- en stress-reductie training MBSR van Jon Kabat-Zinn is gebaseerd op een meditatie-training uit het boeddhisme maar ontdaan van boeddhistische culture uitingen"
Nu wordt het lastig want dat komt erop neer dat je een onderscheid maakt tussen:
- het Boeddhisme als religie
- Boeddhistische culturele uitingen
- Boeddhistische psychologie
Dorle
Wat vind je daaraan lastig? Ik heb zelf - na veel pogingen om me aan te passen aan Tibetaanse religieuze rituelen, die ik trouwens zeer waardeer – vooral baat bij de vlijmscherpe boeddhistische psychologie. De satipatthana soetra is voor mij een goudmijn, die ik steeds weer opzoek en waarin ik telkens weer nieuwe schatten mag delven ( en uitdelen).
Joop
Je begint je tekst met het positieve nieuws (hoewel met een sprong van ‘religie’ naar ‘psychologie’) dat met de komst van mindfulness religie en wetenschap niet langer meer gescheiden werelden hoeven te zijn.
Mijn probleem is dat het Boeddhisme niet gereduceerd kan worden tot Boeddhistische psychologie (en al helemaal niet tot cultuur).
Het Boeddhisme zoals het ontstaan en nog steeds beoefend wordt in Azië, is een religie. Het doel ervan wordt meestal verlichting, of beter: ontwaken, genoemd. Uiteindelijk is dat een niet-werelds doel. De psychologie is slechts één van de middelen tot dat doel.
Dorle
Ja, in Azië is het een religie. Maar hier? Wat zijn voor jou de meest kostbare lessen? Heb jij traditionele rituelen nodig om als westerse mens de rijkdom van het boeddhisme te ontginnen? Jij schrijft zelf dat vooral het ‘zitten’ voor jou betekenis heeft. Bovendien heeft het woordje ‘psychologie’ hier in het westen een andere betekenis dan in het boeddhisme. Onze westerse psychologie stopt haar onderzoek zodra de mens weer ‘normaal’ en aangepast is. De boeddhistische psychologie legt onze fundamentele neurotische structuur bloot en kent dan nog een groot gebied ( misschien het grootste) waarin we leren onze oorspronkelijke goedheid in als zijn vormen (karuna, mudita, metta etc) te cultiveren en te leven. In deze zin is de boeddhistische psychologie voor mij als westerling volstrekt voldoende om mijn spirituele pad te gaan. Dat vind ik ook het meest prachtige: diep onderzoek is alles wat ik nodig heb - net als Boeddha Shakyiamuni - om wakker te worden uit mijn aannames en denkbeelden en om een vrij mens te worden.
Joop
Je sluit af met "De boeddhistische psychologie heeft namelijk nog meer cadeaus in petto"
Afgezien van het woord ´cadeaus´ ben ik het met je eens.
Alleen zou ik het anders zeggen: het beoefenen van het Boeddhistische pad is niet alleen het beoefenen van mindfulness. Het is het Achtvoudige Pad, en mindfulness is slechts één van de onderdelen daarvan. ´Wijsheid´ bijvoorbeeld, en dat is geen psychologisch begrip. En ethisch gedrag, een nogal verwaarloosd aspect in Westerse toepassingen van het Boeddhisme.
Dorle
Ja, zo is het vanuit boeddhistisch perspectief preciezer geformuleerd. Maar ik had in mijn blog geen boeddhistische publiek voor ogen, maar meer een gemiddelde Nederlander. In zo’n artikel vermijd ik dan ‘vaktermen’.
Joop
Waarom zit dit mij zo dwars?
Vanwege het ´nemen zonder het gegeven is´
Maar ook omdat ik vrees dat dit het Boeddhisme op lange termijn schade doet. ´Mindfulness´ als therapeutische coachings-methode is een hype; over bijvoorbeeld twintig jaar is die hype over. En is dan het Boeddhisme niet leeggeroofd? In de zin dat niemand het als religie meer wil beoefenen?
Dorle
Wat bedoel je met ‘ als religie beoefenen’? Is zitten mediteren met als achtergrond de vier grondslagen van aandacht ( want hierop is het MBSR programma gebaseerd) geen spirituele beoefening? Voor mij is dat juist de kern. Bovendien geloof ik in macro-ontwikkelingen die wij niet kunnen overzien. Een traditie van meer dan 2000 jaar heeft haar eigen leven en dynamiek. Dat is niet zomaar ‘leeg te roven’.
En dan nog dit: Ik voel me dankbaar dat ik het boeddhisme heb leren kennen met al zijn rijkdommen. Ik heb jarenlang ingewikkelde tibetaanse rituelen uitgevoerd en besefte: de meeste mensen zullen dit nooit doen. Toch is er zoveel lijden. Wat kan ik uit het boeddhisme aanreiken zodat de gewone lijdende oftewel gestreste mens het waardevol vindt om zich ermee in te laten? Dat werd iets anders dan tibetaanse gebeden, mantra’s en ingewikkelde visualisaties. Dat werd in mijn praktijk als meditatieleraar ‘leren mediteren’ en later ‘mindfulness’. Gewoon omdat dat woord deuren opent zodat ik mijn missie kan uitdragen: de geschenken uit het boeddhisme zo vertalen dat mensen het als geschenk kunnen herkennen. De hele trend mindfulness kun je verfoeien, maar je kunt hem ook gebruiken door te zorgen dat de diepte en rijkwijde daarvan niet uit het oog wordt verloren. Ik heb dat trouwens in mijn boeken proberen te doen: geen boeddhistische terminologie, maar eigentijds taalgebruik waarin de gestreste mens stap voor stap haar lijden leert omarmen om zo naar een echte basis van geluk en welzijn toe te groeien. De satipatthana soetra was mijn leidraad en mijn gids. De manier waarop ik het aanbied is een eigentijdse en creatieve vorm geboren uit compassie en gevoed door mijn passie voor het boeddhisme. In die zin voel ik me verwand aan Jon Kabat-Zinn.
Joop
Want dan kom ik bij een ander probleem bij je onjuiste gebruikte termen als ´geschenk´ en ´cadeau´: het zijn prettige woorden, ze vertegenwoordigen een soort feelgood-boeddhisme waarin een waarheid als lijden (dukkha) ook in verdonkeremaand is.
Nogmaals: ik waardeer veel van wat je schrijft, net zo als ik de wereldse betekenis van mindfulness best waardeer maar zou graag hebben men ook de nadelen van en ethische bezwaren tegen deze reductie van het Boeddhisme ziet.
Dorle
Nou, lieve Joop, ik hoop dat deze antwoorden je prikkelen en aanzetten tot een reactie. Vast wel. Hoop dat ze ergens in je blog een plek kunnen vinden. Hartelijke groet
Dorle
Nawoord, door Joop
Dank zij je oprechte poging je in mijn probleem te verdiepen ben ik jou en de mindfulness-beweging beter gaan begrijpen. Maar mijn probleem met het overhevelen van inhoud van het sacrale naar het practische is gebleven. Laat ik je een denkoefening voorleggen om dat probleem te verduidelijken: stel de (psycho)farmaceutische industrie brengt een pil op de markt met als bewezen claim dat die hetzelfd effect heeft als een lange mindfulness-cursus, daarna is slechts een maandelijkse onderhoudsdosis nodig, oefeningen zijn niet meer nodig: wat zouden je argumenten zijn bij deze ontwikkeling?
In ieder geval, Dorle, heb je me gestimuleerd gericht te gaan nadenken en schrijven aan m’n blog over ‘boeddhisme als religie’ zoals ik in m´n blog van 18 maart heb aangekondigd. Niet om anderen te overtuigen maar om het voor mezelf helder te krijgen.
Wat ik niet begrijp is dat je zelf wel put uit de bron van het boeddhisme maar Kabat-Zinn en jij daar niet over vertellen, dan weet de volgende generatie docenten/trainers/leraren - of de generatie daarna - toch helemaal niets meer van die bron en droogt ie op ?
Je maakt ook een aantal inhoudelijke opmerkingen over de Dharma waarop ik kort wil reageren. Een eerste betreft wat je zegt over het Tibetaans boeddhisme (gebeden, mantra’s, visualisaties): met die religie voel ik ook geen verwantschap, wel met de meer ingetogen (apollinische) vormen van boeddhisme. Maar misschien heb je de sprong naar Theravada (waar de satipatthana sutta onderdeel van uitmaakt) al gemaakt? Inderdaad: ik noem een verschil een verschil.
Een tweede opmerking waarop ik iets wil zeggen, is je uitspraak "... mensen weer in contact te brengen met hun oorspronkelijke spirituele wezen? " Voor mij wordt hiermee het begrip ‘anatta’ (niet-zelf, geen ziel) ondergraven. Mijn vraag: hebben (of zijn) wij een oorspronkelijk spiritueel wezen? Hebben we misschien juist in essentie geen gebruiksaanwijzing, geen doel, geen wezen?
Volgens mij zijn we nog lang niet uitgepraat.
Nawoord, door Dorle
Wat is het verschil tussen het sacrale en het praktische? Heeft het achtvoudige pad niet ook een onderdeel waarin je jezelf traint om heel praktisch je inzichten en meditatietraining in je spreken, handelen en levensonderhoud uit te drukken? De ethische training maakt onze spirituele beoefening pas rond. Ik ben juist gefascineerd door de mogelijkheid het sacrale in het praktische te leven. En het praktische dagelijkse handelen uitdrukking te laten zijn van het heilige (in de zin van: dat, wat heel is). Verlichting betekent voor mij dat er geen onderscheid meer is tussen het midden in de wereld staan vanuit mijn diepste heelheid.
Wat de denkoefening betreft: Ten eerste geloof ik niet dat een pilletje een bewustzijnstraining kan vervangen. En daarnaast zou ik – als er zo’n bewering door de farmaceutische industrie zou worden gemaakt – met openheid en zonder vooringenomenheid de mogelijkheid onderzoeken.
Vertelt Jon Kabat-Zin niet over zijn bronnen? Dan ben je slecht geïnformeerd. Dat doet hij wel. Ik heb hem zelfs de satipatthana-soetra horen reciteren. En ik vertel zeker over mijn bronnen. Dat is juist mijn missie. In mijn boek heb ik het in de inleiding genoemd en vele malen ook in de tekst (maar dan zonder boeddhistische termen). In mijn opleiding tot Mindful Coach staat het boeddhisme juist centraal. Ik heb verschillende MBCT-trainers onder mijn studenten die juist om die reden deelnemen: ze krijgen gedegen informatie over de boeddhistische bronnen en leren van daaruit zekerder met de boeddhistische psychologie en de MBCT te werken.
Wat het Tibetaanse boeddhisme betreft: ikzelf heb juist veel affiniteit met mantra’s moedra’s en visualisaties. Het heeft mij veel goeds gebracht. Ik heb het heilzame effect ervan ondervonden. Maar het Theravada sluit zoveel dichter aan bij onze westerse geest, die het mystieke onzin vindt - of minstens verdacht- en zelf wil onderzoeken. Dat heb ik natuurlijk ook in me. Tot mijn verbazing kwam ik door nuchter zelfonderzoek in het gebied van het mystieke. En om je vraag naar anatta te beantwoorden: Door gericht zelfonderzoek kom ik uit op ervaringen waarin niet-zelf, leegte of non-dualiteit de diepste grond blijken te zijn. Als ik mijn beleving van een zelf serieus neem en open en onbevooroordeeld onderzoek kom ik vanzelf uit op egoloosheid. De meeste mensen zoeken naar zichzelf. Welnu, laten we daarmee beginnen, om het niet-zelf als diepste grond te leren kennen. Mijn reden om over ‘een oorspronkelijk spiritueel wezen’ te spreken is daarom van praktische aard: Ik wil met mijn taalgebruik graag mensen bereiken en niet afstoten.
Mijn vraag aan mezelf en ook aan jou is nu: als ik door nuchter onderzoek het mystieke kan ontdekken, wat is dan mystiek? Misschien beleefde kwantumfysica? En zitten we dan niet dicht bij het gegeven dat mystieke en religieuze ervaringen en grond hebben in dezelfde werkelijkheid die ook de wetenschap onderzoekt? Misschien een thema voor een volgende bloguitwisseling.
Hartelijke groet
Dorle
Daar stonden een aantal teksten over over mindfulness, in relatie tot het boeddhisme: een uit september 2011 en een aantal uit mei van dat jaar.
Heldere teksten, maar ook een mooie aanleiding voor mij wat critische kanttekeningen te maken over die relatie.
Het lukte me niet die reactie op die blog te krijgen, daarom mailde ik het haar, en kreeg een reactie. We spraken af onze dialoog te bloggen.
Hieronder het begin van de september-blog van Dorle
Vervolgens mijn reactie, per passage afgewisseld door een repliek door Dorle.
Tenslotte een nawoord van ieder van ons.
In mijn samenvatting: we zijn het nog steeds oneens maar op een hoger niveau.
Mindfulness: een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen
by Dorle Lommatzsch , 15 september 2011
Sinds honderden jaren zijn wetenschap en religie gescheiden werelden. Of nog sterker: werelden die elkaar uitsloten of bevochten. Nu blijkt er door de huidige toepassing van mindfulness ( die zijn oorsprong kent in de vipassana, een meditatie-training uit het boeddhisme) een combinatie mogelijk te zijn tussen westerse psychologie en boeddhistische psychologie.
Lees meer van dit artikel
Lees meer over Boeddhisme en mindfulness
Reactie op ‘Mindfulness een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen ‘, en antwoord
Joop
Hallo Dorle, graag reageer ik op het thema van de relatie tussen ‘mindfulness’ en ‘Boeddhisme als religie’ (de relatie tussen elk van deze twee en ‘wetenschap’ laat ik buiten beschouwing)
Ik ben blij dat je de relatie met het boeddhisme in ieder geval noemt, in veel teksten over mindfulness wordt deze bron verdonkeremaand. Ik weet het, men zegt desgevraagd daar goede bedoelingen mee te hebben, namelijk dat het noemen ervan een drempel opwerpt, maar voor mij is dit verzwijgen een vorm van onzuiver spreken en dus ethisch onjuist.
Ook ben ik het met je eens als je afsluit met "Toch vertoont de huidige toepassing van mindfulness een ernstig gebrek: zij dreigt haar boeddhistische wortels uit het oog te verliezen en daarmee de grond die nodig is om de rijkdom van de eeuwenoude mindfulness verder te ontginnen en te ontvouwen. Deze grond heb je mijns inziens nodig, wil je de volle vruchten kunnen plukken in de kruisbestuiving van boeddhistische en westerse psychologie."
Maar ik ben het ook op een aantal punten met je oneens.
Om te beginnen: je noemt mindfulness een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen.
O Ja? Wie heeft dat dan geschonken? ‘Het Westen’ heeft genomen en niet gekregen; om met de Susima Sutta te spreken: gestolen van de Dhamma.
Dorle
Geschenk zie ik hier in een wijder perspectief. Er zijn macro-ontwikkelingen in de wereld die we op korte termijn misschien als nadeel, ongeluk of lijden beschouwen (zoals b.v. de gedwongen verhuizing van de Dalai Lama en vele ander boeddhistishe leraren uit Tibet) maar op lange termijn misschien als zegen. Zo beschouw ik het gebruik van mindfulness binnen de MBSR (Mindfulness Based Stress Reduction) en de MBCT (Mindfulness Based Cognitive Therapy) ook vanuit een ruimter perspectief. Op korte termijn en vanuit een sangha perspectief zou je misschien kunnen zeggen dat de Dharma hier gestolen wordt. Maar misschien is dat wel precies dé stap die nodig is om grote groepen mensen weer in contact te brengen met hun oorspronkelijke spirituele wezen? Misschien kunnen we over twintig jaar zeggen dat door de ontwikkelingen rond de huidige toepassing van mindfulness het respect en de waardering voor bewustzijnstraining en contemplatie - die ooit in her verdomhoekje van ‘zweverige religie’ zaten - in ere werd hersteld? En leidt een bewustzijnstraining op boeddhistische grondslag niet altijd op den duur naar spirituele bewustwording? Hoe beperkt het MBSR programma ook is, ik ervaar het als een veelbelovend begin met een enorme potentie tot verdieping en ontvouwing voor ons spirituele wezen. Ik ben laatst op een netwerkdag geweest van mindfulness-trainers. Ik kreeg daar een echt sangha-gevoel (als je weet wat ik bedoel): ik ontmoette daar allemaal mensen die geraakt en blij waren met de diepte en echtheid die het werken met mindfulness teweeg brengt, bij hunzelf en bij hun cursisten en cliënten. Er zijn misschien meer overeenkomsten tussen MBSR/MBCT trainers en boeddhistische sangha’s dan we denken. Misschien valt dit me op omdat ik me in beide ‘kringen’ beweeg.
Joop
In je blog van 21 mei zeg je: "De aandachts- en stress-reductie training MBSR van Jon Kabat-Zinn is gebaseerd op een meditatie-training uit het boeddhisme maar ontdaan van boeddhistische culture uitingen"
Nu wordt het lastig want dat komt erop neer dat je een onderscheid maakt tussen:
- het Boeddhisme als religie
- Boeddhistische culturele uitingen
- Boeddhistische psychologie
Dorle
Wat vind je daaraan lastig? Ik heb zelf - na veel pogingen om me aan te passen aan Tibetaanse religieuze rituelen, die ik trouwens zeer waardeer – vooral baat bij de vlijmscherpe boeddhistische psychologie. De satipatthana soetra is voor mij een goudmijn, die ik steeds weer opzoek en waarin ik telkens weer nieuwe schatten mag delven ( en uitdelen).
Joop
Je begint je tekst met het positieve nieuws (hoewel met een sprong van ‘religie’ naar ‘psychologie’) dat met de komst van mindfulness religie en wetenschap niet langer meer gescheiden werelden hoeven te zijn.
Mijn probleem is dat het Boeddhisme niet gereduceerd kan worden tot Boeddhistische psychologie (en al helemaal niet tot cultuur).
Het Boeddhisme zoals het ontstaan en nog steeds beoefend wordt in Azië, is een religie. Het doel ervan wordt meestal verlichting, of beter: ontwaken, genoemd. Uiteindelijk is dat een niet-werelds doel. De psychologie is slechts één van de middelen tot dat doel.
Dorle
Ja, in Azië is het een religie. Maar hier? Wat zijn voor jou de meest kostbare lessen? Heb jij traditionele rituelen nodig om als westerse mens de rijkdom van het boeddhisme te ontginnen? Jij schrijft zelf dat vooral het ‘zitten’ voor jou betekenis heeft. Bovendien heeft het woordje ‘psychologie’ hier in het westen een andere betekenis dan in het boeddhisme. Onze westerse psychologie stopt haar onderzoek zodra de mens weer ‘normaal’ en aangepast is. De boeddhistische psychologie legt onze fundamentele neurotische structuur bloot en kent dan nog een groot gebied ( misschien het grootste) waarin we leren onze oorspronkelijke goedheid in als zijn vormen (karuna, mudita, metta etc) te cultiveren en te leven. In deze zin is de boeddhistische psychologie voor mij als westerling volstrekt voldoende om mijn spirituele pad te gaan. Dat vind ik ook het meest prachtige: diep onderzoek is alles wat ik nodig heb - net als Boeddha Shakyiamuni - om wakker te worden uit mijn aannames en denkbeelden en om een vrij mens te worden.
Joop
Je sluit af met "De boeddhistische psychologie heeft namelijk nog meer cadeaus in petto"
Afgezien van het woord ´cadeaus´ ben ik het met je eens.
Alleen zou ik het anders zeggen: het beoefenen van het Boeddhistische pad is niet alleen het beoefenen van mindfulness. Het is het Achtvoudige Pad, en mindfulness is slechts één van de onderdelen daarvan. ´Wijsheid´ bijvoorbeeld, en dat is geen psychologisch begrip. En ethisch gedrag, een nogal verwaarloosd aspect in Westerse toepassingen van het Boeddhisme.
Dorle
Ja, zo is het vanuit boeddhistisch perspectief preciezer geformuleerd. Maar ik had in mijn blog geen boeddhistische publiek voor ogen, maar meer een gemiddelde Nederlander. In zo’n artikel vermijd ik dan ‘vaktermen’.
Joop
Waarom zit dit mij zo dwars?
Vanwege het ´nemen zonder het gegeven is´
Maar ook omdat ik vrees dat dit het Boeddhisme op lange termijn schade doet. ´Mindfulness´ als therapeutische coachings-methode is een hype; over bijvoorbeeld twintig jaar is die hype over. En is dan het Boeddhisme niet leeggeroofd? In de zin dat niemand het als religie meer wil beoefenen?
Dorle
Wat bedoel je met ‘ als religie beoefenen’? Is zitten mediteren met als achtergrond de vier grondslagen van aandacht ( want hierop is het MBSR programma gebaseerd) geen spirituele beoefening? Voor mij is dat juist de kern. Bovendien geloof ik in macro-ontwikkelingen die wij niet kunnen overzien. Een traditie van meer dan 2000 jaar heeft haar eigen leven en dynamiek. Dat is niet zomaar ‘leeg te roven’.
En dan nog dit: Ik voel me dankbaar dat ik het boeddhisme heb leren kennen met al zijn rijkdommen. Ik heb jarenlang ingewikkelde tibetaanse rituelen uitgevoerd en besefte: de meeste mensen zullen dit nooit doen. Toch is er zoveel lijden. Wat kan ik uit het boeddhisme aanreiken zodat de gewone lijdende oftewel gestreste mens het waardevol vindt om zich ermee in te laten? Dat werd iets anders dan tibetaanse gebeden, mantra’s en ingewikkelde visualisaties. Dat werd in mijn praktijk als meditatieleraar ‘leren mediteren’ en later ‘mindfulness’. Gewoon omdat dat woord deuren opent zodat ik mijn missie kan uitdragen: de geschenken uit het boeddhisme zo vertalen dat mensen het als geschenk kunnen herkennen. De hele trend mindfulness kun je verfoeien, maar je kunt hem ook gebruiken door te zorgen dat de diepte en rijkwijde daarvan niet uit het oog wordt verloren. Ik heb dat trouwens in mijn boeken proberen te doen: geen boeddhistische terminologie, maar eigentijds taalgebruik waarin de gestreste mens stap voor stap haar lijden leert omarmen om zo naar een echte basis van geluk en welzijn toe te groeien. De satipatthana soetra was mijn leidraad en mijn gids. De manier waarop ik het aanbied is een eigentijdse en creatieve vorm geboren uit compassie en gevoed door mijn passie voor het boeddhisme. In die zin voel ik me verwand aan Jon Kabat-Zinn.
Joop
Want dan kom ik bij een ander probleem bij je onjuiste gebruikte termen als ´geschenk´ en ´cadeau´: het zijn prettige woorden, ze vertegenwoordigen een soort feelgood-boeddhisme waarin een waarheid als lijden (dukkha) ook in verdonkeremaand is.
Nogmaals: ik waardeer veel van wat je schrijft, net zo als ik de wereldse betekenis van mindfulness best waardeer maar zou graag hebben men ook de nadelen van en ethische bezwaren tegen deze reductie van het Boeddhisme ziet.
Dorle
Nou, lieve Joop, ik hoop dat deze antwoorden je prikkelen en aanzetten tot een reactie. Vast wel. Hoop dat ze ergens in je blog een plek kunnen vinden. Hartelijke groet
Dorle
Nawoord, door Joop
Dank zij je oprechte poging je in mijn probleem te verdiepen ben ik jou en de mindfulness-beweging beter gaan begrijpen. Maar mijn probleem met het overhevelen van inhoud van het sacrale naar het practische is gebleven. Laat ik je een denkoefening voorleggen om dat probleem te verduidelijken: stel de (psycho)farmaceutische industrie brengt een pil op de markt met als bewezen claim dat die hetzelfd effect heeft als een lange mindfulness-cursus, daarna is slechts een maandelijkse onderhoudsdosis nodig, oefeningen zijn niet meer nodig: wat zouden je argumenten zijn bij deze ontwikkeling?
In ieder geval, Dorle, heb je me gestimuleerd gericht te gaan nadenken en schrijven aan m’n blog over ‘boeddhisme als religie’ zoals ik in m´n blog van 18 maart heb aangekondigd. Niet om anderen te overtuigen maar om het voor mezelf helder te krijgen.
Wat ik niet begrijp is dat je zelf wel put uit de bron van het boeddhisme maar Kabat-Zinn en jij daar niet over vertellen, dan weet de volgende generatie docenten/trainers/leraren - of de generatie daarna - toch helemaal niets meer van die bron en droogt ie op ?
Je maakt ook een aantal inhoudelijke opmerkingen over de Dharma waarop ik kort wil reageren. Een eerste betreft wat je zegt over het Tibetaans boeddhisme (gebeden, mantra’s, visualisaties): met die religie voel ik ook geen verwantschap, wel met de meer ingetogen (apollinische) vormen van boeddhisme. Maar misschien heb je de sprong naar Theravada (waar de satipatthana sutta onderdeel van uitmaakt) al gemaakt? Inderdaad: ik noem een verschil een verschil.
Een tweede opmerking waarop ik iets wil zeggen, is je uitspraak "... mensen weer in contact te brengen met hun oorspronkelijke spirituele wezen? " Voor mij wordt hiermee het begrip ‘anatta’ (niet-zelf, geen ziel) ondergraven. Mijn vraag: hebben (of zijn) wij een oorspronkelijk spiritueel wezen? Hebben we misschien juist in essentie geen gebruiksaanwijzing, geen doel, geen wezen?
Volgens mij zijn we nog lang niet uitgepraat.
Nawoord, door Dorle
Wat is het verschil tussen het sacrale en het praktische? Heeft het achtvoudige pad niet ook een onderdeel waarin je jezelf traint om heel praktisch je inzichten en meditatietraining in je spreken, handelen en levensonderhoud uit te drukken? De ethische training maakt onze spirituele beoefening pas rond. Ik ben juist gefascineerd door de mogelijkheid het sacrale in het praktische te leven. En het praktische dagelijkse handelen uitdrukking te laten zijn van het heilige (in de zin van: dat, wat heel is). Verlichting betekent voor mij dat er geen onderscheid meer is tussen het midden in de wereld staan vanuit mijn diepste heelheid.
Wat de denkoefening betreft: Ten eerste geloof ik niet dat een pilletje een bewustzijnstraining kan vervangen. En daarnaast zou ik – als er zo’n bewering door de farmaceutische industrie zou worden gemaakt – met openheid en zonder vooringenomenheid de mogelijkheid onderzoeken.
Vertelt Jon Kabat-Zin niet over zijn bronnen? Dan ben je slecht geïnformeerd. Dat doet hij wel. Ik heb hem zelfs de satipatthana-soetra horen reciteren. En ik vertel zeker over mijn bronnen. Dat is juist mijn missie. In mijn boek heb ik het in de inleiding genoemd en vele malen ook in de tekst (maar dan zonder boeddhistische termen). In mijn opleiding tot Mindful Coach staat het boeddhisme juist centraal. Ik heb verschillende MBCT-trainers onder mijn studenten die juist om die reden deelnemen: ze krijgen gedegen informatie over de boeddhistische bronnen en leren van daaruit zekerder met de boeddhistische psychologie en de MBCT te werken.
Wat het Tibetaanse boeddhisme betreft: ikzelf heb juist veel affiniteit met mantra’s moedra’s en visualisaties. Het heeft mij veel goeds gebracht. Ik heb het heilzame effect ervan ondervonden. Maar het Theravada sluit zoveel dichter aan bij onze westerse geest, die het mystieke onzin vindt - of minstens verdacht- en zelf wil onderzoeken. Dat heb ik natuurlijk ook in me. Tot mijn verbazing kwam ik door nuchter zelfonderzoek in het gebied van het mystieke. En om je vraag naar anatta te beantwoorden: Door gericht zelfonderzoek kom ik uit op ervaringen waarin niet-zelf, leegte of non-dualiteit de diepste grond blijken te zijn. Als ik mijn beleving van een zelf serieus neem en open en onbevooroordeeld onderzoek kom ik vanzelf uit op egoloosheid. De meeste mensen zoeken naar zichzelf. Welnu, laten we daarmee beginnen, om het niet-zelf als diepste grond te leren kennen. Mijn reden om over ‘een oorspronkelijk spiritueel wezen’ te spreken is daarom van praktische aard: Ik wil met mijn taalgebruik graag mensen bereiken en niet afstoten.
Mijn vraag aan mezelf en ook aan jou is nu: als ik door nuchter onderzoek het mystieke kan ontdekken, wat is dan mystiek? Misschien beleefde kwantumfysica? En zitten we dan niet dicht bij het gegeven dat mystieke en religieuze ervaringen en grond hebben in dezelfde werkelijkheid die ook de wetenschap onderzoekt? Misschien een thema voor een volgende bloguitwisseling.
Hartelijke groet
Dorle
vrijdag 9 maart 2012
Over ‘Mijn lijst met blogs’ en andere lezenswaardige sites
In de rechterkolom van m’n blog bevindt zich, als zevende rubriek van boven,’Mijn lijst met blogs'.
Favorieten dus, naast de boeddhistische websites en (enkele) discussieforums die ik met enige regelmaat bezoek.
Bloggen is een schrijfvorm die me wel ligt, meer dan andere communicatievormen en meer dan de pure dagboekvorm zonder publiek. Een blog beschouw ik niet als één van de ‘sociale media’ zoals Twitter, Facebook of LinkedIn. De interactie en communicatie met anderen is wel een aspect maar zeker niet de belangrijkste functie van een blog, netzomin zoals als de marketing- en personal-branding-functie dat is. Eerder gaat het om de vreugde om te schrijven.
Gelukkig zijn er meer mensen, en meer boeddhisten, die dat doen. We vormen volstrekt geen gemeenschap maar lezen elkaar wel graag, is mijn indruk tenminste en is bij mij het geval tenminste.
Wat informatie over de blogs die ik in m’n lijst heb opgenomen:
- http://www.secularbuddhistassociation.com van de Secular Buddhist Association
Noemt zichzelf ‘A natural, pragmatic approach to early Buddhist teachings and practice’; en terecht. Veelzijdig: interviews, oefeningen, eigen teksten.
- http://www.tricycle.com/blog De blog horend bij het tijdschrift Tricycle
Informatie maar ook veel concrete suggesties voor beoefening.
- http://hardcorezen.blogspot.com Hardcore Zen (van Brad Warner)
Zeer Zen, en nogal punk: soms zeer boeiend en soms (voor mij) volstrekt irrelevant.
- http://openboeddhisme.nl Open boeddhisme
Dit is qua intentie geen blog (vindt de redactie zelf) maar een electronisch tijdschrift, een journalistiek magazine. Zie mijn in februari geschreven blog.
- http://www.buddhistgeeks.com Buddhist Geeks
In loop der jaren honderden interviews met bekende en onbekende boeddhisten en wetenschappers.
- http://sujato.wordpress.com Sujato’s Blog
Steeds van nieuwe teksten voorziene blog van de Australische Theravada-monnik Ven. Sujato. Besteed veel aandacht aan de rol van de vrouw in het Theravada-boeddhisme en hoe deze rol te verbeteren. Durft kortom meningen te hebben.
- http://jayarava.blogspot.com Jayarava's Raves
Veel jaren lang elke week, steeds op vrijdag, een nieuwe tekst, meestal van hoog niveau en een kernpunt van het Boeddhisme aan de orde stellend. Geen lichte stof dus.
- http://www.existentialbuddhist.com The Existential Buddhist, een klinisch psycholoog en boeddhist.
Motto: ‘Dharma without dogma’. Niet spectaculair, wel informatief; vaak met wetenschappelijke invalshoek (en daar heb ik niets tegen).
- http://meaningness.wordpress.com van David Chapman.
Heeft in de tweede helft van 2011 een groot aantal samenhangende analyses gepubliceerd over het hedendaagse Westerse Boeddhisme, door hem (critisch) ‘Consensus Buddhism’ genoemd. Is nu een paar maanden stilgevallen. Lees die analyse, van achter naar voor!
- http://justalittledust.com/blog Pas gevonden blog van Linda Blanchard
Noemt zichzelf een skeptical Buddhist.Lijkt me interessante teksten en video’s te bevatten..
- http://jampasmandala.wordpress.com Jampa's Mandala, Nederlandstalig blog van Jampagyatso.
Al jaren lang Tibetaans-Boeddhistisch blog, kleurrijk en informatief (maar voor mij iets te eenzijdig Tibetaans)
Er zijn heel veel Engelstalige boeddhistische blogs en heel weinig Nederlandse. Waarom dat zo is, weet ik niet. Toch niet alleen omdat het taalgebied zo klein is en dus een blog weinig gelezen wordt: het gelezen worden is toch slechts een secundair motief om een blog te schrijven.
In mijn opvatting weerspiegelt dit geringe aantal blogs (en websites) de inhoudelijke armoe van het Boeddhisme in Nederland.
Voor de duidelijkheid: ik heb het over Boeddhisme en niet over New Age met een boeddhistisch smaakje.
Een halfjaar geleden heb ik de webmaster/redacteur van http://boeddhisme.startpagina.nl/ voorgesteld, de rubriek ‘Persoonlijke sites/ Weblogs’ wat te actualiseren. Een deel van de links is dood en een aantal nieuwere blogs ontbreekt. Helaas is niet op mijn suggestie gereageerd.
Er zijn wel een paar andere boeddhistische blogs, maar de auteurs publiceren daar slechts incidenteel nieuwe teksten in, of slechts incidentleel boeddhistische teksten; vandaar dat ik ze niet in mijn lijst heb opgenomen. Deze (en er zijn er vast meer, ook in Nederland):
http://www.overpeinzende.nl/ van Katinka Hesselink
http://www.tweezenmeesters.blogspot.com/ van Pieter Snijders-Mulder
http://www.j-doe.nl/ van JohnWarnas
http://www.zen.nl/nl/blog.php groepsblog van Rients Ritskes club Zen.nl
http://www.tussenpozen.com/ van Marloes Lasker
http://www.sanghagroningen.blogspot.com/ van de Leven in Aandacht-groep Groningen
http://marmedia-inspiratie.blogspot.com/ van Marrie van der Leden
http://opzoeknaarjezelf.nu/blog.html van Dorle Lommatzsch
http://boeddhamagazine.wordpress.com/ de blog bij het tijdschrift Boeddha Magazine (voorheen Vorm&Leegte, voorheen het Kwartaalblad): het is afwachten of de redactie dit blog echt gaat starten.
Tenslotte, buiten mededinging “Nieuws over Boeddhisme” van de Nederlandse Bhiksuni Rátana.
Bijzonder; niet alleen omdat het formeel geen blog is maar een website www.buddha-dharma.eu
Maar vooral omdat – zonder veel aan de weg de timmeren - de Bhksuni nu al acht jaar elke maand een update geeft van nieuws. Vooral over het boeddhisme in Azië, teksten, opgravingen (!), maar ook politieke uitspraken schuwt ze niet.
Daarnaast plaats de website veel vertalingen in het Nederlands van sutta’s en sutra’s; onder andere de zeer uitgebreide Avatámsaka. Veel Chinees Boeddhisme, tradities waaraan (behalve dan Chan) in Nederland slechts weinig aandacht wordt besteed.
Daarom een advies in deze blog: lees minstens elke maand deze nieuwspagina.
Favorieten dus, naast de boeddhistische websites en (enkele) discussieforums die ik met enige regelmaat bezoek.
Bloggen is een schrijfvorm die me wel ligt, meer dan andere communicatievormen en meer dan de pure dagboekvorm zonder publiek. Een blog beschouw ik niet als één van de ‘sociale media’ zoals Twitter, Facebook of LinkedIn. De interactie en communicatie met anderen is wel een aspect maar zeker niet de belangrijkste functie van een blog, netzomin zoals als de marketing- en personal-branding-functie dat is. Eerder gaat het om de vreugde om te schrijven.
Gelukkig zijn er meer mensen, en meer boeddhisten, die dat doen. We vormen volstrekt geen gemeenschap maar lezen elkaar wel graag, is mijn indruk tenminste en is bij mij het geval tenminste.
Wat informatie over de blogs die ik in m’n lijst heb opgenomen:
- http://www.secularbuddhistassociation.com van de Secular Buddhist Association
Noemt zichzelf ‘A natural, pragmatic approach to early Buddhist teachings and practice’; en terecht. Veelzijdig: interviews, oefeningen, eigen teksten.
- http://www.tricycle.com/blog De blog horend bij het tijdschrift Tricycle
Informatie maar ook veel concrete suggesties voor beoefening.
- http://hardcorezen.blogspot.com Hardcore Zen (van Brad Warner)
Zeer Zen, en nogal punk: soms zeer boeiend en soms (voor mij) volstrekt irrelevant.
- http://openboeddhisme.nl Open boeddhisme
Dit is qua intentie geen blog (vindt de redactie zelf) maar een electronisch tijdschrift, een journalistiek magazine. Zie mijn in februari geschreven blog.
- http://www.buddhistgeeks.com Buddhist Geeks
In loop der jaren honderden interviews met bekende en onbekende boeddhisten en wetenschappers.
- http://sujato.wordpress.com Sujato’s Blog
Steeds van nieuwe teksten voorziene blog van de Australische Theravada-monnik Ven. Sujato. Besteed veel aandacht aan de rol van de vrouw in het Theravada-boeddhisme en hoe deze rol te verbeteren. Durft kortom meningen te hebben.
- http://jayarava.blogspot.com Jayarava's Raves
Veel jaren lang elke week, steeds op vrijdag, een nieuwe tekst, meestal van hoog niveau en een kernpunt van het Boeddhisme aan de orde stellend. Geen lichte stof dus.
- http://www.existentialbuddhist.com The Existential Buddhist, een klinisch psycholoog en boeddhist.
Motto: ‘Dharma without dogma’. Niet spectaculair, wel informatief; vaak met wetenschappelijke invalshoek (en daar heb ik niets tegen).
- http://meaningness.wordpress.com van David Chapman.
Heeft in de tweede helft van 2011 een groot aantal samenhangende analyses gepubliceerd over het hedendaagse Westerse Boeddhisme, door hem (critisch) ‘Consensus Buddhism’ genoemd. Is nu een paar maanden stilgevallen. Lees die analyse, van achter naar voor!
- http://justalittledust.com/blog Pas gevonden blog van Linda Blanchard
Noemt zichzelf een skeptical Buddhist.Lijkt me interessante teksten en video’s te bevatten..
- http://jampasmandala.wordpress.com Jampa's Mandala, Nederlandstalig blog van Jampagyatso.
Al jaren lang Tibetaans-Boeddhistisch blog, kleurrijk en informatief (maar voor mij iets te eenzijdig Tibetaans)
Er zijn heel veel Engelstalige boeddhistische blogs en heel weinig Nederlandse. Waarom dat zo is, weet ik niet. Toch niet alleen omdat het taalgebied zo klein is en dus een blog weinig gelezen wordt: het gelezen worden is toch slechts een secundair motief om een blog te schrijven.
In mijn opvatting weerspiegelt dit geringe aantal blogs (en websites) de inhoudelijke armoe van het Boeddhisme in Nederland.
Voor de duidelijkheid: ik heb het over Boeddhisme en niet over New Age met een boeddhistisch smaakje.
Een halfjaar geleden heb ik de webmaster/redacteur van http://boeddhisme.startpagina.nl/ voorgesteld, de rubriek ‘Persoonlijke sites/ Weblogs’ wat te actualiseren. Een deel van de links is dood en een aantal nieuwere blogs ontbreekt. Helaas is niet op mijn suggestie gereageerd.
Er zijn wel een paar andere boeddhistische blogs, maar de auteurs publiceren daar slechts incidenteel nieuwe teksten in, of slechts incidentleel boeddhistische teksten; vandaar dat ik ze niet in mijn lijst heb opgenomen. Deze (en er zijn er vast meer, ook in Nederland):
http://www.overpeinzende.nl/ van Katinka Hesselink
http://www.tweezenmeesters.blogspot.com/ van Pieter Snijders-Mulder
http://www.j-doe.nl/ van JohnWarnas
http://www.zen.nl/nl/blog.php groepsblog van Rients Ritskes club Zen.nl
http://www.tussenpozen.com/ van Marloes Lasker
http://www.sanghagroningen.blogspot.com/ van de Leven in Aandacht-groep Groningen
http://marmedia-inspiratie.blogspot.com/ van Marrie van der Leden
http://opzoeknaarjezelf.nu/blog.html van Dorle Lommatzsch
http://boeddhamagazine.wordpress.com/ de blog bij het tijdschrift Boeddha Magazine (voorheen Vorm&Leegte, voorheen het Kwartaalblad): het is afwachten of de redactie dit blog echt gaat starten.
Tenslotte, buiten mededinging “Nieuws over Boeddhisme” van de Nederlandse Bhiksuni Rátana.
Bijzonder; niet alleen omdat het formeel geen blog is maar een website www.buddha-dharma.eu
Maar vooral omdat – zonder veel aan de weg de timmeren - de Bhksuni nu al acht jaar elke maand een update geeft van nieuws. Vooral over het boeddhisme in Azië, teksten, opgravingen (!), maar ook politieke uitspraken schuwt ze niet.
Daarnaast plaats de website veel vertalingen in het Nederlands van sutta’s en sutra’s; onder andere de zeer uitgebreide Avatámsaka. Veel Chinees Boeddhisme, tradities waaraan (behalve dan Chan) in Nederland slechts weinig aandacht wordt besteed.
Daarom een advies in deze blog: lees minstens elke maand deze nieuwspagina.
donderdag 12 januari 2012
(God is niet één) en de Boeddha ook niet; deel 2 - Waarom de verschillen tussen boeddhistische tradities negeren ?
Dit wordt iets anders dan ik 14 december aankondigde. Daar staat dat ik het zou gaan hebben over Chapman’s kritiek op het ‘Consensus-boeddhisme’
Toen ik dat schreef, dacht ik dat ik de blog van David Chapman van het afgelopen halfjaar in lijn lag met mijn ideeen over de ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland. Nu heb ik daar wat meer twijfel over.
De teksten van Chapman blijven fascinerend, zie bv z’n blogs van de laatste maand die ik kort zal samenvatten. Zie hier en hier en hier en hier.
Volgens Chapman is, in Amerika, een consensus-boeddhisme steeds populairder aan het worden, waarbij een aantal boeddhistische leraren bewust en in samenwerking met elkaar (gestimuleerd door de Dalai Lama) dit consensus-boeddhisme al een jaar of vijftien aan het bevorderen zijn. Zijn bezwaar daartegen is dat allerlei aspecten van diverse tradities weggepoetst worden, bij hem is dat tantra.
Ik herken in Nederland de door Chapman geschetste ontwikkeling in de richting van ‘Consensus-boeddhisme’ slechts beperkt. Al is de leraar die hij er het meest kenmerkend voor noemt, Joseph Goldstein, ook hier geen onbekende. Het gaat vooral om het in 2003 uitgekomen boek ‘One Dharma: The Emerging Western Buddhism’ van Goldstein. Dit is in het Nederlands vertaald als ‘De opkomst van het Westers boeddhisme’ maar dat is niet meer verkrijgbaar.
Afijn; lees Chapman en de kommentaren op zijn teksten zelf maar in z’n blog. Ik kom nog wel eens op hem terug.
Voor de ontwikkeling in Nederland ga ik eerst even terug naar Deel 1 waarin ik vooral de opvatting van Stephen Prothero weergeef dat ten onrechte wordt gedacht dat al de wereldreligies in wezen dezelfde boodschap hebben, een opvatting die ook door Karin Armstrong wordt omarmd.
En – voeg ik toe – in zekere zin ook door de Dalai Lama in z’n voor Westerlingen bestemde (z’n spirituele boodschap voor Tibetanen is vermoedelijk iets anders, vol religieuze zaken) recente boek ‘Beyond Religion’ stelt dat christenen, boeddhisten, atheïsten zich vooral op ethische zaken als compassie en wederzijds respect hoeven te richten.
Zoals ik al meer heb gezegd: best wel goed maar toch een niet-acceptabele reductie van religies.
Naast deze reductie, vooral door ethisch georiënteerde mensen, zijn er nog twee andere geseculariseerde vormen van reduceren:
De eerste wordt vooral benadrukt door de vele therapeuten, coaches en daarmee vergelijkbare beroepsbeoefenaren en ZZP’ers die interesse in het boeddhisme hebben gekregen: de technische reductie van de beoefening van het boeddhisme tot methoden zoals mindfulness. Daar heb ik al genoeg over geschreven.
De tweede noem ik een feelgood reductie. Ik doel dan op de sterke groei in Nederland (ik hoop en denk dat dit z´n hoogtepunt voorbij is) van enthousiasme voor een lichte vorm van boeddhisme, niet een religie maar een levenswijze zegt men dan met nadruk. Van dit ´buddhism lite´ is er ook nog eens een extra lichte vorm, ook wel genoemd ´spiritualiteit in de uitverkoop´ en gesymboliseerd door de overal te koop zijn de boeddha-beelden; daarover hebben vele critici het ook al vele malen gehad.
Dat is allemaal heel bedenkelijk, vind ik dan; andere boeddhisten denken dat dit een stepping stone kan zijn naar het beoefenen van boeddhismen in een meer diepgaande vorm, gericht op vragen van leven en dood.
De vraag is hoe dit op de langere termijn - bijvoorbeeld over 25 jaar – uitpakt; ik ben dan waarschijnlijk wel dood maar niettemin houd ik m´n hart vast.
Ik wil het echter verder hebben over een veel ouder verschijnsel – ook ruimschoots in Azië optredend - dat in Nederland nog lang niet voorbij is.
Over het feit namelijk dat de meeste boeddhisten en ook de leraren eigenlijk alleen de eigen traditie kennen en ook geen wezenlijke belangstelling voor andere boeddhistische tradities hebben.
De stelling die tegenwoordig echter door veel kenners tevens beoefenaren van het boeddhisme wordt aangehangen: tussen de boeddhistische tradities zijn er aanmerkelijke verschillen die niet ´onschuldig´ te maken zijn door ze als accenten van Thaische, Chinese, Tibetaanse etc cultuur te benoemen. Het zijn ook soteriologische verschillen.
Overzichten van de feitelijke verschillen zijn er genoeg, ook op internet. Google ze maar.
Ze worden zoals ik hierboven beschreef soms ontkend of gebagatelliseerd.
Of er speelt iets anders:
Om de een of andere reden spelen die verschillen vaak geen rol in de hoofden van vele boeddhisten; als die het over ´HET boeddhisme´ hebben bedoelen ze heel vaak en volstrekt impliciet hun vorm van boeddhisme, dus zonder zich maar te realiseren dat dit wat merkwaardig is.
Andere tradities worden soms als ´onjuist´ getypeerd (ik merkte dat vooral bij Theravada-monniken); al wordt dat merkbaar steeds minder als ´spiritueel correct´ gezien.
Of de verschillen worden – in Mahayana-scholen – opgevangen in een systeem met het (in mijn ogen) riskante concept van ‘vaardige middelen’, (Sankriet ´skillful means´, Sanskriet ´upaya´) waarmee alle verschillen tussen tradities worden herleid tot verschillende graden van spirituele intelligentie van beoefenaren.
In nogal wat Mahayana-teksten wordt een vorm van boeddhisme geconstrueerd dat men soms Hinayana noemt (letterlijk: het minder, minderwaardige voertuig) dat goed is in de beoefening van beginners en nogal slordig vrijwel wordt gelijkgesteld (niet altijd expliciet) met het Theravada-boeddhisme.
In termen van inter-boeddhisme-dialoog: dat schiet niet op.
Ik gebruik hier de uitdrukking inter-boeddhisme-dialoog als variant op het populair geworden verschijnsel interfaith dialogue, zie Wiki.
Ik hoop dat dit begrip veel gebruikt gaat worden en kort daarom af als IBD.
Dat de dialoog niet altijd lukt, ook niet bij de V.U. die zich hierop wil profileren, beschrijf ik in m´n blog.
Tegen boeddhisten die ook aan de een dialoog met christenen (willen) participeren zeg ik graag: heel goed maar laten we dan eerst eens oefenen met de dialoog tussen boeddhistische tradities, een IBD dus; of is die juist moeilijker dan interfaith ?
Laat ik eens proberen een paar suggesties te doen hoe de IBD plaats kan vinden.
Geen groot nationaal debat, maar kleine lokale en regelmatuig terugkerende bijeenkomsten.
Waarom eigenlijk zulke debatten?
Ze horen bij het boeddhisme, in ieder geval in het klassieke. En bovendien is het leuk, vind ik dan.
Maar vooral kunnen ze nieuwe zoekers op het boeddhische pad helpen en meer ervarenen helpen hun plaats in de diverse tradities te verhelderen.
Zelf geef ik de voorkeur aan een frontale benadering: die over de verschillen tussen de leerstellingen. Veel klassieke Aziatische discussies gaan ook daarover, want in tegenstelling tot het beeld dat sommigen ervan hebben, kunnen (klassieke) boeddhisten behoorlijk met elkaar in de clinch liggen. Helaas werkt deze methode in discussie tussen de meeste spiritueel softe mensen in Nederland niet (is mijn indruk); ook niet omdat behoorlijke kennis van de leerstellingen daarbij verondersteld wordt.
De weg van ´samen optrekken´ - met alle gevaren van bagatelliseren en ontkennen van verschillen – lijkt toch nog de beste. Ik bedoel: een aantal belangrijke begrippen van alle kanten bekijken, wat bedoel jij met ‘niet-zelf’ en wat bedoelt mijn traditie er mee? Mag je niet genieten en wat is hechten in het boeddhisme, hoe denken de tradities daar over? Enzovoorts maar voor veel mensen wat te intellectualistisch.
Een meer makkelijke vorm is het wellicht, niet met de leerstellige kant maar met de verschillen in rituelen te beginnen. Dat gesprek zal zich trouwens, als het zich niet tot estheticisme (tot mooie plaatjes of muziek) beperkt, toch ook naar inhoudelijke kanten ontwikkelen.
Een derde vorm is het vergelijken van methoden van beoefening. Neem iets waarvan het makkelijk lijkt dat men weet waarover men heeft: het mediteren. Het is me verschillende malen in gesprekken met mediterenden van andere tradities opgevallen dat we er impliciet van uit gingen dat
mediteren = mediteren = mijn manier van mediteren. Niet dus.
Bij een Tibetaans meditatie-weekend dat ik een keer bijwoonde, dacht ik herhaaldelijk: wanneer eindigen de rituelen nu en begint de meditatie? Onjuiste verwachtingen.
Misschien niet geschikt als een beginners-discussie maar daarna een bruikbare weg.
In ieder geval zal startpunt moeten zijn de bereidheid een onbevangen houding aan te nemen t.o.v. de andere traditie. Het zonder mening of theorie de vertegenwoordiger van de andere traditie bevragen.
Maar ook – ik herhaal het maar – zonder zo snel mogelijk naar consensus te zoeken.
Die onbevangenheid zal soms op de raarste momenten nodig kunnen zijn; zo kijken mensen soms vreem op als ik beweer dat Theravada niet het begrip ´Boeddha-Natuur´ gebruikt. Ik van mijn kant was nogal verbaasd toen toen me doordrong (een beetje dan) wat tantrisch boeddhisme inhoudt: een wereld van verschil.
Wat ook nodig is, ik weet dat het wat schools klinkt, is eerst zo goed mogelijk je termen definiëren; want de mogelijkheid tot misverstanden is legio.
En hoe discussieer je eigenlijk? We zijn vooral vrij lange talks gewend, monologen dus, met soms gelegenheid tot het stellen van vragen aan de leraar die de talk geeft. Dat is voor een discussie niet zo’n goed model. Maar op twitter-berichten-niveau wordt het weer te kreterig, geeft ook geen verdieping. Gewoon iemand een paar minuten laten uitpraten; maar ook: na een paar minuten stoppen me je betoog.
En opnieuw: streef niet te snel naar consensus. En probeer aandachtig te zijn over je superioriteitsgevoelens.
Een uitzondering op mijn stelling dat de IBD haast nooit plaatsvindt, is een serie uitzendingen van de BOS-Radio onder de titel ´Kwesties voor leraren´ in 2010 en 2011. Zie hier en hier en hier en hier en hier. Toen stopte de serie helaas, de leraren waren toch niet op ?
Ik ga de BOS eens vragen die reeks voort te zetten (misschien niet alleen tussen leraren, ook tussen leerlingen); en ook of ze de gevoerde gesprekken uitgetypt kunnen publiceren.
Een andere uitzondering waren de halfjaarlijkse studiedagen van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme, maar zoals alles is ook dit vergankelijk en voorbij.
Want de vraag is natuurlijk: wie moet zoiets organiseren? Een paar ideetjes.
- André van der Braak natuurlijk, het wordt in feite z’n taak een beetje als nieuwe VU-hoogleraar.
- Een stuk of drie sangha’s per stad komen een keer bij elkaar en organiseren een lokale bijeenkomst
- Een paar enthousiaste individuele (ongebonden) boeddhisten die elkaar via sociale media vinden
- De BOS misschien, ook de televisie: kan puur boeddhistische programma’s opleveren.
Er tegen aan
Toen ik dat schreef, dacht ik dat ik de blog van David Chapman van het afgelopen halfjaar in lijn lag met mijn ideeen over de ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland. Nu heb ik daar wat meer twijfel over.
De teksten van Chapman blijven fascinerend, zie bv z’n blogs van de laatste maand die ik kort zal samenvatten. Zie hier en hier en hier en hier.
Volgens Chapman is, in Amerika, een consensus-boeddhisme steeds populairder aan het worden, waarbij een aantal boeddhistische leraren bewust en in samenwerking met elkaar (gestimuleerd door de Dalai Lama) dit consensus-boeddhisme al een jaar of vijftien aan het bevorderen zijn. Zijn bezwaar daartegen is dat allerlei aspecten van diverse tradities weggepoetst worden, bij hem is dat tantra.
Ik herken in Nederland de door Chapman geschetste ontwikkeling in de richting van ‘Consensus-boeddhisme’ slechts beperkt. Al is de leraar die hij er het meest kenmerkend voor noemt, Joseph Goldstein, ook hier geen onbekende. Het gaat vooral om het in 2003 uitgekomen boek ‘One Dharma: The Emerging Western Buddhism’ van Goldstein. Dit is in het Nederlands vertaald als ‘De opkomst van het Westers boeddhisme’ maar dat is niet meer verkrijgbaar.
Afijn; lees Chapman en de kommentaren op zijn teksten zelf maar in z’n blog. Ik kom nog wel eens op hem terug.
Voor de ontwikkeling in Nederland ga ik eerst even terug naar Deel 1 waarin ik vooral de opvatting van Stephen Prothero weergeef dat ten onrechte wordt gedacht dat al de wereldreligies in wezen dezelfde boodschap hebben, een opvatting die ook door Karin Armstrong wordt omarmd.
En – voeg ik toe – in zekere zin ook door de Dalai Lama in z’n voor Westerlingen bestemde (z’n spirituele boodschap voor Tibetanen is vermoedelijk iets anders, vol religieuze zaken) recente boek ‘Beyond Religion’ stelt dat christenen, boeddhisten, atheïsten zich vooral op ethische zaken als compassie en wederzijds respect hoeven te richten.
Zoals ik al meer heb gezegd: best wel goed maar toch een niet-acceptabele reductie van religies.
Naast deze reductie, vooral door ethisch georiënteerde mensen, zijn er nog twee andere geseculariseerde vormen van reduceren:
De eerste wordt vooral benadrukt door de vele therapeuten, coaches en daarmee vergelijkbare beroepsbeoefenaren en ZZP’ers die interesse in het boeddhisme hebben gekregen: de technische reductie van de beoefening van het boeddhisme tot methoden zoals mindfulness. Daar heb ik al genoeg over geschreven.
De tweede noem ik een feelgood reductie. Ik doel dan op de sterke groei in Nederland (ik hoop en denk dat dit z´n hoogtepunt voorbij is) van enthousiasme voor een lichte vorm van boeddhisme, niet een religie maar een levenswijze zegt men dan met nadruk. Van dit ´buddhism lite´ is er ook nog eens een extra lichte vorm, ook wel genoemd ´spiritualiteit in de uitverkoop´ en gesymboliseerd door de overal te koop zijn de boeddha-beelden; daarover hebben vele critici het ook al vele malen gehad.
Dat is allemaal heel bedenkelijk, vind ik dan; andere boeddhisten denken dat dit een stepping stone kan zijn naar het beoefenen van boeddhismen in een meer diepgaande vorm, gericht op vragen van leven en dood.
De vraag is hoe dit op de langere termijn - bijvoorbeeld over 25 jaar – uitpakt; ik ben dan waarschijnlijk wel dood maar niettemin houd ik m´n hart vast.
Ik wil het echter verder hebben over een veel ouder verschijnsel – ook ruimschoots in Azië optredend - dat in Nederland nog lang niet voorbij is.
Over het feit namelijk dat de meeste boeddhisten en ook de leraren eigenlijk alleen de eigen traditie kennen en ook geen wezenlijke belangstelling voor andere boeddhistische tradities hebben.
De stelling die tegenwoordig echter door veel kenners tevens beoefenaren van het boeddhisme wordt aangehangen: tussen de boeddhistische tradities zijn er aanmerkelijke verschillen die niet ´onschuldig´ te maken zijn door ze als accenten van Thaische, Chinese, Tibetaanse etc cultuur te benoemen. Het zijn ook soteriologische verschillen.
Overzichten van de feitelijke verschillen zijn er genoeg, ook op internet. Google ze maar.
Ze worden zoals ik hierboven beschreef soms ontkend of gebagatelliseerd.
Of er speelt iets anders:
Om de een of andere reden spelen die verschillen vaak geen rol in de hoofden van vele boeddhisten; als die het over ´HET boeddhisme´ hebben bedoelen ze heel vaak en volstrekt impliciet hun vorm van boeddhisme, dus zonder zich maar te realiseren dat dit wat merkwaardig is.
Andere tradities worden soms als ´onjuist´ getypeerd (ik merkte dat vooral bij Theravada-monniken); al wordt dat merkbaar steeds minder als ´spiritueel correct´ gezien.
Of de verschillen worden – in Mahayana-scholen – opgevangen in een systeem met het (in mijn ogen) riskante concept van ‘vaardige middelen’, (Sankriet ´skillful means´, Sanskriet ´upaya´) waarmee alle verschillen tussen tradities worden herleid tot verschillende graden van spirituele intelligentie van beoefenaren.
In nogal wat Mahayana-teksten wordt een vorm van boeddhisme geconstrueerd dat men soms Hinayana noemt (letterlijk: het minder, minderwaardige voertuig) dat goed is in de beoefening van beginners en nogal slordig vrijwel wordt gelijkgesteld (niet altijd expliciet) met het Theravada-boeddhisme.
In termen van inter-boeddhisme-dialoog: dat schiet niet op.
Ik gebruik hier de uitdrukking inter-boeddhisme-dialoog als variant op het populair geworden verschijnsel interfaith dialogue, zie Wiki.
Ik hoop dat dit begrip veel gebruikt gaat worden en kort daarom af als IBD.
Dat de dialoog niet altijd lukt, ook niet bij de V.U. die zich hierop wil profileren, beschrijf ik in m´n blog.
Tegen boeddhisten die ook aan de een dialoog met christenen (willen) participeren zeg ik graag: heel goed maar laten we dan eerst eens oefenen met de dialoog tussen boeddhistische tradities, een IBD dus; of is die juist moeilijker dan interfaith ?
Laat ik eens proberen een paar suggesties te doen hoe de IBD plaats kan vinden.
Geen groot nationaal debat, maar kleine lokale en regelmatuig terugkerende bijeenkomsten.
Waarom eigenlijk zulke debatten?
Ze horen bij het boeddhisme, in ieder geval in het klassieke. En bovendien is het leuk, vind ik dan.
Maar vooral kunnen ze nieuwe zoekers op het boeddhische pad helpen en meer ervarenen helpen hun plaats in de diverse tradities te verhelderen.
Zelf geef ik de voorkeur aan een frontale benadering: die over de verschillen tussen de leerstellingen. Veel klassieke Aziatische discussies gaan ook daarover, want in tegenstelling tot het beeld dat sommigen ervan hebben, kunnen (klassieke) boeddhisten behoorlijk met elkaar in de clinch liggen. Helaas werkt deze methode in discussie tussen de meeste spiritueel softe mensen in Nederland niet (is mijn indruk); ook niet omdat behoorlijke kennis van de leerstellingen daarbij verondersteld wordt.
De weg van ´samen optrekken´ - met alle gevaren van bagatelliseren en ontkennen van verschillen – lijkt toch nog de beste. Ik bedoel: een aantal belangrijke begrippen van alle kanten bekijken, wat bedoel jij met ‘niet-zelf’ en wat bedoelt mijn traditie er mee? Mag je niet genieten en wat is hechten in het boeddhisme, hoe denken de tradities daar over? Enzovoorts maar voor veel mensen wat te intellectualistisch.
Een meer makkelijke vorm is het wellicht, niet met de leerstellige kant maar met de verschillen in rituelen te beginnen. Dat gesprek zal zich trouwens, als het zich niet tot estheticisme (tot mooie plaatjes of muziek) beperkt, toch ook naar inhoudelijke kanten ontwikkelen.
Een derde vorm is het vergelijken van methoden van beoefening. Neem iets waarvan het makkelijk lijkt dat men weet waarover men heeft: het mediteren. Het is me verschillende malen in gesprekken met mediterenden van andere tradities opgevallen dat we er impliciet van uit gingen dat
mediteren = mediteren = mijn manier van mediteren. Niet dus.
Bij een Tibetaans meditatie-weekend dat ik een keer bijwoonde, dacht ik herhaaldelijk: wanneer eindigen de rituelen nu en begint de meditatie? Onjuiste verwachtingen.
Misschien niet geschikt als een beginners-discussie maar daarna een bruikbare weg.
In ieder geval zal startpunt moeten zijn de bereidheid een onbevangen houding aan te nemen t.o.v. de andere traditie. Het zonder mening of theorie de vertegenwoordiger van de andere traditie bevragen.
Maar ook – ik herhaal het maar – zonder zo snel mogelijk naar consensus te zoeken.
Die onbevangenheid zal soms op de raarste momenten nodig kunnen zijn; zo kijken mensen soms vreem op als ik beweer dat Theravada niet het begrip ´Boeddha-Natuur´ gebruikt. Ik van mijn kant was nogal verbaasd toen toen me doordrong (een beetje dan) wat tantrisch boeddhisme inhoudt: een wereld van verschil.
Wat ook nodig is, ik weet dat het wat schools klinkt, is eerst zo goed mogelijk je termen definiëren; want de mogelijkheid tot misverstanden is legio.
En hoe discussieer je eigenlijk? We zijn vooral vrij lange talks gewend, monologen dus, met soms gelegenheid tot het stellen van vragen aan de leraar die de talk geeft. Dat is voor een discussie niet zo’n goed model. Maar op twitter-berichten-niveau wordt het weer te kreterig, geeft ook geen verdieping. Gewoon iemand een paar minuten laten uitpraten; maar ook: na een paar minuten stoppen me je betoog.
En opnieuw: streef niet te snel naar consensus. En probeer aandachtig te zijn over je superioriteitsgevoelens.
Een uitzondering op mijn stelling dat de IBD haast nooit plaatsvindt, is een serie uitzendingen van de BOS-Radio onder de titel ´Kwesties voor leraren´ in 2010 en 2011. Zie hier en hier en hier en hier en hier. Toen stopte de serie helaas, de leraren waren toch niet op ?
Ik ga de BOS eens vragen die reeks voort te zetten (misschien niet alleen tussen leraren, ook tussen leerlingen); en ook of ze de gevoerde gesprekken uitgetypt kunnen publiceren.
Een andere uitzondering waren de halfjaarlijkse studiedagen van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme, maar zoals alles is ook dit vergankelijk en voorbij.
Want de vraag is natuurlijk: wie moet zoiets organiseren? Een paar ideetjes.
- André van der Braak natuurlijk, het wordt in feite z’n taak een beetje als nieuwe VU-hoogleraar.
- Een stuk of drie sangha’s per stad komen een keer bij elkaar en organiseren een lokale bijeenkomst
- Een paar enthousiaste individuele (ongebonden) boeddhisten die elkaar via sociale media vinden
- De BOS misschien, ook de televisie: kan puur boeddhistische programma’s opleveren.
Er tegen aan
woensdag 14 december 2011
God is niet één (en Boeddha ook niet); deel 1 - Prothero’s kritiek op ‘Een gevaarlijk geloof’
Een beschouwing naar aanleiding van het boek ´God is niet één´ van Stephen Prothero.
De Nederlandse uitgever (Bert Bakker) geeft de volgende samenvatting van dit een jaar geleden uitgekomen boek:
In het controversiële boek God is niet één laat Stephen Prothero zien dat de grootste godsdiensten van de wereld verschillende vragen stellen, andere doelen nastreven en voor uiteenlopende problemen komen te staan. Wereldgodsdiensten bewandelen dus niet verschillende paden met dezelfde bestemming, zoals veel mensen denken. Prothero geeft met dit ingenieuze boek inzicht in elke grote wereldreligie. Hij begint met de omstreden islam en gaat vervolgens verder in op christendom, confucianisme, boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, Yoruba-religie en taoïsme. Hij wijst op de unieke aspecten van deze religies en pleit zowel voor het behoud als voor de afzonderlijke goden en doelen van deze religies.
God is niet één geeft de lezer een hedendaags inzicht in de grootste religies die nog steeds het spirituele leven van miljarden mensen over de hele wereld bepalen, en hun uitwerking hebben op de politiek en economie.
Deze samenvatting – waar ik niet zo gelukkig mee ben - zie ik steeds terug, bijvoorbeeld op de website van de Bruggenbouwers, één van de bastions van de beweging in Nederland die de eenheid van alle godsdiensten benadrukt en de actieve rol speelt in de interreligieuze dialoog (zie hier )
‘Niet gelukkig’ met de term ‘controversieël’ een sensatie bevorderende marketing-benadering van de uitgever maar zeer subjectief als gebruikt door de eenheids-promotoren. Want dan betekent het:
dit vinden wij niet leuk want dit boek bederft onze eenheidsillusie.
Ook het in een ´samenvatting´ de Islam ‘omstreden’ te noemen vind ik ook niet fijn en zeker niet Prothero samenvattend.
Wellicht overbodig, maar toch, ter voorkoming van misverstand: het is onjuist het boeddhisme een godsdienst te noemen, het kent niet een god in de zin van een Schepper en zeker niet een persoonlijke God. Uiteraard is de historische Boeddha - genoemd Gotauma door Theravadins en Shakyamuni door Mahayanisten - geen god; en andere boeddha´s dan de historische zijn mythologische figuren.
In de kop van deze blog spreek ik van ‘Een gevaarlijk geloof‘ als ik het heb over de opvatting dat alle religies in wezen hetzelfde verkondigen. Zelf vind ik niet zo snel iets gevaarlijk; mijn motto is nog steeds: boeddhisme is niet voor bange mensen.
De kop is de titel van een samenvattend artikel van Prothero zelf: A Dangerous Belief (hier)
Een paar citaten uit dit artikel, vertaald; deels ook voorkomend in het (vertaalde) boek:
‘Geloof in één God is de hoeksteen van alle religies’, stelt Ghandi; elk religieus mens klimt dus naar deze ene God. Maar op het gebied van het goddelijke beperken niet alle religies zich tot het getal één.
De dalai lama verkondigt (ook) de boodschap dat alle religies in essentie op elkaar lijken. Van dit perspectief, gepopulariseerd door de filosofen van de Eeuwige Wijsheid (perennial philosophers) zoals Aldous Huxley, zijn alle religies prachtig en zijn ze ook alle waar.
In de meest gebruikte beeldspraak worden de grote wereldreligies voorgesteld als verschillende paden naar de top van dezelfde berg. ‘het is mogelijk om de berg van het leven langs verschillende flanken te beklimmen, maar bij het bereiken van de top komen de paden samen´, schrijft godsdienstfilosoof Huston Smith. Dit is een verleidelijk idee in een wereld waarin religieus geweld alomtegenwoordig lijk te zijn; maar het is gevaarlijk, respectloos en onwaar.
De rivaliserende wereldreligies komen samen op het vlak van de ethiek, maar lopen juist scherp uiteen op het gebied van leer, rituelen, mythologie, ervaring en wet. Voor mystici of godsdienstfilosofen zijn de verschillen wellicht niet van belang, maar voor gewone gelovigen ligt dat heel anders. Moslims vinden helemaal niet dat de bedevaart naar Mekka niet van essentieel belang is. Integendeel, zij rekenen die bedevaart juist tot de vijf zuilen van de islam. Katholieken zijn absoluut niet van mening dat het doopsel niet van wezenlijk gewicht is: zij rekenen het juist tot de zeven sacramenten. Religieuze verschillen zijn niet alleen voor gelovigen van belang: ze hebben ook serieuze gevolgen in de werkelijkheid. Vanwege die verschillen weigeren sommige mensen te trouwen met een moslim of een hindoe. In sommige gevallen gaan gelovigen vanwege die verschillen met elkaar op de vuist, waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen.
...
Hoewel ik niet geloof dat we getuige zijn van een ´botsing tussen beschavingen´, tussen christendom en islam, is het wel degelijk pure fantasie om je in te beelden dat de twee grootste wereldreligies op enige zinvolle manier aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden of dat een interreligieuze dialoog op magische wijze den kloof zou kunnen overbruggen. Elk van de grote religies geeft een eigen diagnose van het menselijk tekort en z´n eigen voorschriften voor genezing; en elk biedt z´n eigen technieken om het religieuze doel te bereiken,
Je zou vermoeden dat aanhangers van het multiculturalisme deze stand van zaken liefdevol zouden verwelkomen, verrukt over de grote diversiteit binnen religieuze tradities, en dwars daardoorheen. Maar zelfs onder multiculturalisten overheerst de neiging om voor te wenden dat de verschillen tussen bijvoorbeeld christendom en islam eerder op schijn dan op werkelijkheid berusten, en dat de verschillen binnen de religieuze tradities geen rechtvaardiging vormen voor de voortdurende ophef daarover onder de beoefenaren.
...
Om eerlijk te zijn, degenen die staande houden dat de wereldreligies één en hetzelfde zijn, ontkennen uiteraard geenszins het onweerlegbare feit dat ze op onderdelen verschillen. Christenen gaan niet op bedevaart naar Mekka en moslims kennen geen doop. De religieuze paden lopen uiteen, zoals Huston Smith toegeeft, in de ´voetheuvels´ van dogma´s, rituelen en instellingen. Wie staande houdt dat alle religies één en hetzelfde zijn, ontkent dus niet de verschillen tussen een boeddhist, die in geen enkele god gelooft, de jood die in één God gelooft en de hindoe die in vele goden gelooft, maar beweert alleen maar dat de wiskunde van het goddelijke een zaak van voetheuvels is.
... Zoals de hindoeleraar Swami Sivananda schrijft: ´De fundamentele of essentiële eigenschappen van alle religies zijn hetzelfde. Het verschil betreft slechts niet-essentiële eigenschappen.´
Hoe nobel dit gevoel ook mag zijn, het is tevens gevaarlijk, respectloos en onwaar. Meer dan een generatie lang zijn we in het voetspoor van een stoet van geleerden en wijzen een konijnentunnel in gekropen die uitmondt in een fantasiewereld waar alle goden hetzelfde zijn. De redenen voor het succes van dit wensdenken berusten deels op de begrijpelijke verwerping van het standpunt dat hemel of paradijs exclusief zijn weggelegd voor mensen die precies zo zijn als jijzelf: een standpunt dat dient om zieltjes te winnen. Tijdens het grootste deel van de wereldgeschiedenis zagen de mensen hun rivalen op religieus gebied als minderwaardig aan zichzelf, als lieden die zich overgaven aan zinloze rituelen, nepwonderen verrichtten of mythologische verzinsels de wereld inhielpen. Tijdens de periode van Verlichting, in de achttiende eeuw, begon het ideaal van religieuze tolerantie zich te verbreiden en dat is zonder twijfel een gunstige ontwikkeling geweest. Maar de opvatting van de eenheid van alle religies berust op wensdenken en heeft de wereld niet tot een veiliger plaats gemaakt. Het is in feite een vorm van theologisch groepsdenken - noem het Godthink – dat de wereld juist gevaarlijker heeft gemaakt door ons het zich te ontnemen op de botsingen tuassen religies die een wereldwijde bedreiging vormen. Het is tijd om naar buiten te klauteren uit ons konijnenhol en de werkelijkheid weer onder ogen te zien.
....
Ook ik hoop op een wereld waarin mensen goed kunnen opschieten met hun religieuze rivalen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we nieuwe middelen moeten inzetten om dit doel te bereiken. Eerder dan alle manieren om over God na te denken bij elkaar te vegen – of dat nu in een vuilnisbak is of in een schatkist – moeten we beginnen met het verwerven van een helder inzicht in de fundamentele verschillen tussen islam, christendom, confucianisme en hindoeisme, zowel op het gebied van de geloofsleer als de geloofspraktijk.
Sommige mensen zijn er zeker van dat de enige mogelijke grondslag voor een interreligieuze beschaving gezocht moet worden in het dogma dat alle religies één zijn. Tot die mensen behoor ik niet.
... Wie is nog zo naïef om aan te nemen dat een goede relatie alleen mogelijk is als de partners sterk op elkaar lijken? Zijn verschillen juist niet dem krenten in de pap? Een vereiste voor elke relatie is om te weten wie de ander werkelijk is. En dat vereiste wordt alleen maar gefrustreerd door de naïeve hoop dat jij en je partner op een of andere magische manier aan elkaar identiek zijn. Zowel in relaties als tussen religies is het ontkennen van de verschillen een recept voor rampen. Wat wel goed werkt is het begrijpen van de verschillen om die vervolgens te leren aanvaarden – en misschien zelfs van te leren genieten. Je kunt pas berusten in het bestaan van meningsverschillen als je weet wat die verschillen zijn.
...
Er is een beroemd volksverhaal over een groep blinde mensen die een olifant bevoelt ...Een groep blinden is in dit verhaal bezig een olifant te onderzoeken. De ene voelt aan de slurf en zegt dat het een slang is. Een ander voelt aan de staart en zegt dat het een touw is. Anderen komen tot de conclusie dat de olifant een muur is, een zuil, een speer of een waaier, afhankelijk van de plek waar ze het dier aanraken. Iedereen blijft vasthouden aan het eigen gelijk, dus loopt het uit op een fikse ruzie.
Onder de ware gelovigen van de filosofie van de Eewige Waarheden geldt dit verhaal zo’n beetje als hun evangelie. In hun ogen staat de olifant voor God en zijn de blinde mensen de christenen, de moslims en de joden die hun eenzijdige visie op het goddelijke abusievelijk aanzien voor de enige werkelijkheid van het goddelijke. Omdat God zich onttrekt aan het menselijke voorstellingsvermogen, blijven we wat God betreft altijd in het duister tasten. Het is dwaasheid om te stellen dat alleen je eigen religie waar is, terwijl alle andere religies vals zijn. Niemand heeft de hele waarheid in pacht, maar iedereen raakt een stukje van de olifant aan. Dus concludeert de hindoeleraar Ramakrishna: ‘door alle religies kan men tot besef komen van God.’
... Voor mij is dit verhaal geen verwijzing naar de eenheid van alle wereldreligies (zoals de filosofen van de Eeuwige Waarheden ons willen doen geloven) of naar hun gedeelde stompzinnigheid (zoals de Nieuwe Atheïsten betogen), maar gaat het hier over de begrenzing van de menselijke kennis ... Eén functie van trancendentie is juist om ons nederig te houden, om ons te laten beseffen dat onze gedachten niet de gedachten van God zijn of van de grote Moedergodin – om ons ervan te doordringen dat we door donker matglas staren.
Tot zover dit citaat. Prothero noemt grootheden als Gandhi, de Dalai Lama en Huston Smith als voorbeelden van de (z.i. onjuiste en gevaarlijke) stelling `dat de essentiële boodschap van alle religies in grote mate dezelfde is´.
Naast het geloof in één God wordt vaak de boodschap van Karin Armstrong genoemd: compassie.
Ook de (Faculteit der Godgeleerdheid van de) Vrije Universiteit benadrukt deze boodschap. Een van de argumenten dat juist de VU een hoogleraar boeddhistische filosofie gaat krijgen (in de persoon van André van der Braak) is: ‘De leerstoel levert zo een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de VU tot een centrum van nationale en internationale interreligieuze dialoog.‘
In de openingsbijeenkomst 2011-2012 eind augustus van de faculteit stond Armstrong´s `Handvest voor Compassie´ centraal. (zie hier ) Nu heb ik niets tegen compassie (wie wel?) maar wel tegen reductie van religies daartoe, in ieder geval wat betreft het boeddhisme vind ik dat onjuist, wat de Dalai Lama ook zegt. Bv in zijn nieuwste boek 'Beyond Religion: Ethics for a Whole World'
Over die dialoog bij de VU heb ik al eens geschreven, zie hier.
Dit is geen boekbespreking maar ik moet wel zeggen dat het boek van Prothero maar voor een klein deel over het zogenaamd `controversiële´thema gaat. Van de bijna 380 pagina´s van de Nederlandse vertaling gaan een kleine 40 (in Inleiding plus Conclusie) er over. In de rest worden behoorlijk feitelijk acht religies beschreven.
En een ´Korte coda over het atheïsme´; te kort en ook bepaald niet evenwichtig omdat hij vooral boze atheïsten zoals Dawkins bespreekt. Ik vind dat erg jammer, ook voor mij persoonlijk omdat ik de relatie boeddhisme – atheïsme interessanter vind dan de relatie met bijvoorbeeld het christendom.
Het hoofdstuk over het Boeddhisme (met als ondertitel ´De weg van het ontwaken´, pag 201-237) is correct, evenwichtig maar tamelijk vlak. De diverse tradities binnen het boeddhisme worden wel benoemd en kort beschreven maar het thema is niet ´Boeddha is niet één´. D.w.z. de vraag of er wel van HET boeddhisme gesproken mag worden is niet waar het in dit hoofdstuk om gaat.
Dat komt nog.
Over een week of zo wil ik een vervolg op deze blog publiceren, met als titel (God is niet één) en Boeddha ook niet; deel 2 - Chapman’s kritiek op het 'Consensus-boeddhisme’
De (Amerikaanse Tibetaanse-boeddhistische) David Chapman heeft het afgelopen half jaar een fascinerende serie artikelen gepubliceerd over wat hij (afkeurend) het consensus-boeddhisme noemt
Wie niet kan wachten op mijn blog, kan Chapman ook zelf in het Engels lezen (zie hiervan de rechter kolom).
Chapman en mijn samenvatting van hem zijn niet alleen kritisch-beschrijvend, ik ga er ook een poging in wagen mijn centrale 2012-thema in een soort kerstboodschap weer te geven: laten de Nederlandse boeddhisten eens gaan proberen met elkaar in discussie te gaan, ook over de verschillen tussen hun boeddhismen (meervoud).
Zoals ik onlangs op de website van Bodhitv schreef:
“Sommige vormen van boeddhisme hebben die aanname (van het bestaan van het ´onbenoembare´) in sterke mate, andere vormen (tradities) veel minder.
Dat komt goed uit: leve de verschillen! "
De Nederlandse uitgever (Bert Bakker) geeft de volgende samenvatting van dit een jaar geleden uitgekomen boek:
In het controversiële boek God is niet één laat Stephen Prothero zien dat de grootste godsdiensten van de wereld verschillende vragen stellen, andere doelen nastreven en voor uiteenlopende problemen komen te staan. Wereldgodsdiensten bewandelen dus niet verschillende paden met dezelfde bestemming, zoals veel mensen denken. Prothero geeft met dit ingenieuze boek inzicht in elke grote wereldreligie. Hij begint met de omstreden islam en gaat vervolgens verder in op christendom, confucianisme, boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, Yoruba-religie en taoïsme. Hij wijst op de unieke aspecten van deze religies en pleit zowel voor het behoud als voor de afzonderlijke goden en doelen van deze religies.
God is niet één geeft de lezer een hedendaags inzicht in de grootste religies die nog steeds het spirituele leven van miljarden mensen over de hele wereld bepalen, en hun uitwerking hebben op de politiek en economie.
Deze samenvatting – waar ik niet zo gelukkig mee ben - zie ik steeds terug, bijvoorbeeld op de website van de Bruggenbouwers, één van de bastions van de beweging in Nederland die de eenheid van alle godsdiensten benadrukt en de actieve rol speelt in de interreligieuze dialoog (zie hier )
‘Niet gelukkig’ met de term ‘controversieël’ een sensatie bevorderende marketing-benadering van de uitgever maar zeer subjectief als gebruikt door de eenheids-promotoren. Want dan betekent het:
dit vinden wij niet leuk want dit boek bederft onze eenheidsillusie.
Ook het in een ´samenvatting´ de Islam ‘omstreden’ te noemen vind ik ook niet fijn en zeker niet Prothero samenvattend.
Wellicht overbodig, maar toch, ter voorkoming van misverstand: het is onjuist het boeddhisme een godsdienst te noemen, het kent niet een god in de zin van een Schepper en zeker niet een persoonlijke God. Uiteraard is de historische Boeddha - genoemd Gotauma door Theravadins en Shakyamuni door Mahayanisten - geen god; en andere boeddha´s dan de historische zijn mythologische figuren.
In de kop van deze blog spreek ik van ‘Een gevaarlijk geloof‘ als ik het heb over de opvatting dat alle religies in wezen hetzelfde verkondigen. Zelf vind ik niet zo snel iets gevaarlijk; mijn motto is nog steeds: boeddhisme is niet voor bange mensen.
De kop is de titel van een samenvattend artikel van Prothero zelf: A Dangerous Belief (hier)
Een paar citaten uit dit artikel, vertaald; deels ook voorkomend in het (vertaalde) boek:
‘Geloof in één God is de hoeksteen van alle religies’, stelt Ghandi; elk religieus mens klimt dus naar deze ene God. Maar op het gebied van het goddelijke beperken niet alle religies zich tot het getal één.
De dalai lama verkondigt (ook) de boodschap dat alle religies in essentie op elkaar lijken. Van dit perspectief, gepopulariseerd door de filosofen van de Eeuwige Wijsheid (perennial philosophers) zoals Aldous Huxley, zijn alle religies prachtig en zijn ze ook alle waar.
In de meest gebruikte beeldspraak worden de grote wereldreligies voorgesteld als verschillende paden naar de top van dezelfde berg. ‘het is mogelijk om de berg van het leven langs verschillende flanken te beklimmen, maar bij het bereiken van de top komen de paden samen´, schrijft godsdienstfilosoof Huston Smith. Dit is een verleidelijk idee in een wereld waarin religieus geweld alomtegenwoordig lijk te zijn; maar het is gevaarlijk, respectloos en onwaar.
De rivaliserende wereldreligies komen samen op het vlak van de ethiek, maar lopen juist scherp uiteen op het gebied van leer, rituelen, mythologie, ervaring en wet. Voor mystici of godsdienstfilosofen zijn de verschillen wellicht niet van belang, maar voor gewone gelovigen ligt dat heel anders. Moslims vinden helemaal niet dat de bedevaart naar Mekka niet van essentieel belang is. Integendeel, zij rekenen die bedevaart juist tot de vijf zuilen van de islam. Katholieken zijn absoluut niet van mening dat het doopsel niet van wezenlijk gewicht is: zij rekenen het juist tot de zeven sacramenten. Religieuze verschillen zijn niet alleen voor gelovigen van belang: ze hebben ook serieuze gevolgen in de werkelijkheid. Vanwege die verschillen weigeren sommige mensen te trouwen met een moslim of een hindoe. In sommige gevallen gaan gelovigen vanwege die verschillen met elkaar op de vuist, waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen.
...
Hoewel ik niet geloof dat we getuige zijn van een ´botsing tussen beschavingen´, tussen christendom en islam, is het wel degelijk pure fantasie om je in te beelden dat de twee grootste wereldreligies op enige zinvolle manier aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden of dat een interreligieuze dialoog op magische wijze den kloof zou kunnen overbruggen. Elk van de grote religies geeft een eigen diagnose van het menselijk tekort en z´n eigen voorschriften voor genezing; en elk biedt z´n eigen technieken om het religieuze doel te bereiken,
Je zou vermoeden dat aanhangers van het multiculturalisme deze stand van zaken liefdevol zouden verwelkomen, verrukt over de grote diversiteit binnen religieuze tradities, en dwars daardoorheen. Maar zelfs onder multiculturalisten overheerst de neiging om voor te wenden dat de verschillen tussen bijvoorbeeld christendom en islam eerder op schijn dan op werkelijkheid berusten, en dat de verschillen binnen de religieuze tradities geen rechtvaardiging vormen voor de voortdurende ophef daarover onder de beoefenaren.
...
Om eerlijk te zijn, degenen die staande houden dat de wereldreligies één en hetzelfde zijn, ontkennen uiteraard geenszins het onweerlegbare feit dat ze op onderdelen verschillen. Christenen gaan niet op bedevaart naar Mekka en moslims kennen geen doop. De religieuze paden lopen uiteen, zoals Huston Smith toegeeft, in de ´voetheuvels´ van dogma´s, rituelen en instellingen. Wie staande houdt dat alle religies één en hetzelfde zijn, ontkent dus niet de verschillen tussen een boeddhist, die in geen enkele god gelooft, de jood die in één God gelooft en de hindoe die in vele goden gelooft, maar beweert alleen maar dat de wiskunde van het goddelijke een zaak van voetheuvels is.
... Zoals de hindoeleraar Swami Sivananda schrijft: ´De fundamentele of essentiële eigenschappen van alle religies zijn hetzelfde. Het verschil betreft slechts niet-essentiële eigenschappen.´
Hoe nobel dit gevoel ook mag zijn, het is tevens gevaarlijk, respectloos en onwaar. Meer dan een generatie lang zijn we in het voetspoor van een stoet van geleerden en wijzen een konijnentunnel in gekropen die uitmondt in een fantasiewereld waar alle goden hetzelfde zijn. De redenen voor het succes van dit wensdenken berusten deels op de begrijpelijke verwerping van het standpunt dat hemel of paradijs exclusief zijn weggelegd voor mensen die precies zo zijn als jijzelf: een standpunt dat dient om zieltjes te winnen. Tijdens het grootste deel van de wereldgeschiedenis zagen de mensen hun rivalen op religieus gebied als minderwaardig aan zichzelf, als lieden die zich overgaven aan zinloze rituelen, nepwonderen verrichtten of mythologische verzinsels de wereld inhielpen. Tijdens de periode van Verlichting, in de achttiende eeuw, begon het ideaal van religieuze tolerantie zich te verbreiden en dat is zonder twijfel een gunstige ontwikkeling geweest. Maar de opvatting van de eenheid van alle religies berust op wensdenken en heeft de wereld niet tot een veiliger plaats gemaakt. Het is in feite een vorm van theologisch groepsdenken - noem het Godthink – dat de wereld juist gevaarlijker heeft gemaakt door ons het zich te ontnemen op de botsingen tuassen religies die een wereldwijde bedreiging vormen. Het is tijd om naar buiten te klauteren uit ons konijnenhol en de werkelijkheid weer onder ogen te zien.
....
Ook ik hoop op een wereld waarin mensen goed kunnen opschieten met hun religieuze rivalen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we nieuwe middelen moeten inzetten om dit doel te bereiken. Eerder dan alle manieren om over God na te denken bij elkaar te vegen – of dat nu in een vuilnisbak is of in een schatkist – moeten we beginnen met het verwerven van een helder inzicht in de fundamentele verschillen tussen islam, christendom, confucianisme en hindoeisme, zowel op het gebied van de geloofsleer als de geloofspraktijk.
Sommige mensen zijn er zeker van dat de enige mogelijke grondslag voor een interreligieuze beschaving gezocht moet worden in het dogma dat alle religies één zijn. Tot die mensen behoor ik niet.
... Wie is nog zo naïef om aan te nemen dat een goede relatie alleen mogelijk is als de partners sterk op elkaar lijken? Zijn verschillen juist niet dem krenten in de pap? Een vereiste voor elke relatie is om te weten wie de ander werkelijk is. En dat vereiste wordt alleen maar gefrustreerd door de naïeve hoop dat jij en je partner op een of andere magische manier aan elkaar identiek zijn. Zowel in relaties als tussen religies is het ontkennen van de verschillen een recept voor rampen. Wat wel goed werkt is het begrijpen van de verschillen om die vervolgens te leren aanvaarden – en misschien zelfs van te leren genieten. Je kunt pas berusten in het bestaan van meningsverschillen als je weet wat die verschillen zijn.
...
Er is een beroemd volksverhaal over een groep blinde mensen die een olifant bevoelt ...Een groep blinden is in dit verhaal bezig een olifant te onderzoeken. De ene voelt aan de slurf en zegt dat het een slang is. Een ander voelt aan de staart en zegt dat het een touw is. Anderen komen tot de conclusie dat de olifant een muur is, een zuil, een speer of een waaier, afhankelijk van de plek waar ze het dier aanraken. Iedereen blijft vasthouden aan het eigen gelijk, dus loopt het uit op een fikse ruzie.
Onder de ware gelovigen van de filosofie van de Eewige Waarheden geldt dit verhaal zo’n beetje als hun evangelie. In hun ogen staat de olifant voor God en zijn de blinde mensen de christenen, de moslims en de joden die hun eenzijdige visie op het goddelijke abusievelijk aanzien voor de enige werkelijkheid van het goddelijke. Omdat God zich onttrekt aan het menselijke voorstellingsvermogen, blijven we wat God betreft altijd in het duister tasten. Het is dwaasheid om te stellen dat alleen je eigen religie waar is, terwijl alle andere religies vals zijn. Niemand heeft de hele waarheid in pacht, maar iedereen raakt een stukje van de olifant aan. Dus concludeert de hindoeleraar Ramakrishna: ‘door alle religies kan men tot besef komen van God.’
... Voor mij is dit verhaal geen verwijzing naar de eenheid van alle wereldreligies (zoals de filosofen van de Eeuwige Waarheden ons willen doen geloven) of naar hun gedeelde stompzinnigheid (zoals de Nieuwe Atheïsten betogen), maar gaat het hier over de begrenzing van de menselijke kennis ... Eén functie van trancendentie is juist om ons nederig te houden, om ons te laten beseffen dat onze gedachten niet de gedachten van God zijn of van de grote Moedergodin – om ons ervan te doordringen dat we door donker matglas staren.
Tot zover dit citaat. Prothero noemt grootheden als Gandhi, de Dalai Lama en Huston Smith als voorbeelden van de (z.i. onjuiste en gevaarlijke) stelling `dat de essentiële boodschap van alle religies in grote mate dezelfde is´.
Naast het geloof in één God wordt vaak de boodschap van Karin Armstrong genoemd: compassie.
Ook de (Faculteit der Godgeleerdheid van de) Vrije Universiteit benadrukt deze boodschap. Een van de argumenten dat juist de VU een hoogleraar boeddhistische filosofie gaat krijgen (in de persoon van André van der Braak) is: ‘De leerstoel levert zo een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de VU tot een centrum van nationale en internationale interreligieuze dialoog.‘
In de openingsbijeenkomst 2011-2012 eind augustus van de faculteit stond Armstrong´s `Handvest voor Compassie´ centraal. (zie hier ) Nu heb ik niets tegen compassie (wie wel?) maar wel tegen reductie van religies daartoe, in ieder geval wat betreft het boeddhisme vind ik dat onjuist, wat de Dalai Lama ook zegt. Bv in zijn nieuwste boek 'Beyond Religion: Ethics for a Whole World'
Over die dialoog bij de VU heb ik al eens geschreven, zie hier.
Dit is geen boekbespreking maar ik moet wel zeggen dat het boek van Prothero maar voor een klein deel over het zogenaamd `controversiële´thema gaat. Van de bijna 380 pagina´s van de Nederlandse vertaling gaan een kleine 40 (in Inleiding plus Conclusie) er over. In de rest worden behoorlijk feitelijk acht religies beschreven.
En een ´Korte coda over het atheïsme´; te kort en ook bepaald niet evenwichtig omdat hij vooral boze atheïsten zoals Dawkins bespreekt. Ik vind dat erg jammer, ook voor mij persoonlijk omdat ik de relatie boeddhisme – atheïsme interessanter vind dan de relatie met bijvoorbeeld het christendom.
Het hoofdstuk over het Boeddhisme (met als ondertitel ´De weg van het ontwaken´, pag 201-237) is correct, evenwichtig maar tamelijk vlak. De diverse tradities binnen het boeddhisme worden wel benoemd en kort beschreven maar het thema is niet ´Boeddha is niet één´. D.w.z. de vraag of er wel van HET boeddhisme gesproken mag worden is niet waar het in dit hoofdstuk om gaat.
Dat komt nog.
Over een week of zo wil ik een vervolg op deze blog publiceren, met als titel (God is niet één) en Boeddha ook niet; deel 2 - Chapman’s kritiek op het 'Consensus-boeddhisme’
De (Amerikaanse Tibetaanse-boeddhistische) David Chapman heeft het afgelopen half jaar een fascinerende serie artikelen gepubliceerd over wat hij (afkeurend) het consensus-boeddhisme noemt
Wie niet kan wachten op mijn blog, kan Chapman ook zelf in het Engels lezen (zie hiervan de rechter kolom).
Chapman en mijn samenvatting van hem zijn niet alleen kritisch-beschrijvend, ik ga er ook een poging in wagen mijn centrale 2012-thema in een soort kerstboodschap weer te geven: laten de Nederlandse boeddhisten eens gaan proberen met elkaar in discussie te gaan, ook over de verschillen tussen hun boeddhismen (meervoud).
Zoals ik onlangs op de website van Bodhitv schreef:
“Sommige vormen van boeddhisme hebben die aanname (van het bestaan van het ´onbenoembare´) in sterke mate, andere vormen (tradities) veel minder.
Dat komt goed uit: leve de verschillen! "
donderdag 8 december 2011
Een nieuwe VU hoogleraar boeddhistische filosofie
Gisteren meldde de website van Ad Valvas dat de VU een bijzonder hoogleraar
'Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’ krijgt.
In de persoon van André van der Braak, in boeddhistisch Nederland wel bekend.
Zie hier; en ook op de website van de Faculteit Godgeleerdheid
Prima natuurlijk, die functie-omschrijving, al vind ik wel dat de boeddhisten met die dialoog eerst maar eens moeten oefenen; in dialoog namelijk met elkaar, tussen de diverse boeddhistische tradities, want die ontbreekt grotendeels.
Verder interesseert de boeddhistische filosofie me zeer, daarom heb ik dan ook een paar keer een lezingencyclus van deskundigen zoals Richard Hayes daarover gevolgd. Geïnteresseerden zouden eens het boek Buddhist Philosophy: Essential Readings van Edelglass en Garfield (eds) door kunnen bladeren. (Zie amazon.com en books.google)
Men is immers nooit te oud om te leren; ik in ieder geval niet, al hoef ik geen (boeddhistische) baan meer te hebben.
Het bericht was reden voor mij hem een felicitatie-mailtje te sturen:
Beste André
Een uurtje nadat ik je vanmorgen mailde, las ik op ' Advalvas.vu' van je benoeming tot bijzonder hoogleraar.
Gefeliciteerd daarmee. (En ook Annewieke en de rest van de VU daarmee gefeliciteerd)
De zaken die je, blijkens dit bericht, aan de orde wil gaan stellen, komen me als zeer relevant voor
...
Uiteraard gaan je activiteiten alle boeddhismen betreffen, dus niet alleen Zen, zoals we al eerder hebben besproken. Ik denk dat het 'vroege boeddhisme' aka Theravada niet zo moeilijk voor jou zal zijn om dieper te bestuderen (hoewel ik je laatst op de BOS-radio wat al te makkelijk de term 'BoeddhaNatuur' hoorde gebruiken alsof alle boeddhisten daarin geloven; en verder beveel ik je het werk van David Kalupahana aan) maar het Tibetaans boeddhisme is wellicht wat lastiger om met gezag iets over te zeggen, dat zou het althans voor mij zijn.
"Het boeddhisme wordt steeds populairder in Nederland" zeg je in Ad Valvas. Dat is een cliché; ik denk eigenlijk dat het als hype voorbij is en dat afgezien van geseculariseerde producten als 'mindfulness' weer een serieuzer en dus kleiner aantal beoefenaren gaat krijgen de komende jaren. (Okay, laat ik eerlijk zijn: dat hoop ik)
Wat je zegt over de boeddhistische omroep, is me uit het hart gegrepen, daarom betwijfel ik ook of de fusie VPRO-BOS zo gelukkig is: kan wel eens 'grachtengordelboeddhisme' opleveren.
Goed dat je aandacht gaat besteden aan maatschappelijk-ethische zaken, al lijkt "het oplossen van maatschappelijke vraagstukken" me wat hoog gegrepen.
Het valt me op dat in Ad Valvas niet wordt gesproken over een opleiding geestelijk verzorger c.q. boeddhistische ambtopleidingen (ik denk dat meervoudsvorm op z'n plaats is) door de VU in de nabije toekomst. Ik weet niet of de aanvraag al aan Onderwijs gestuurd is; dat zou eind november gebeuren, schreef Artho Jansen maar dat hoeft nog niet zo gebeurd te zijn.
Je weet dat ik over zo'n 'beroepsopleiding' altijd twijfel over heb gehad en nog heb, o.a. doordat het statusproject van een paar beroepsboeddhisten was (die fantasieën over een boeddhistische zuil hadden) en door het gebrek aan transparantie over de procedure, mede doordat de druk van Justitie een grote rol speelt. Maar vooral doordat het niet een organisch gegroeide stap was, daar in Nederland nauwelijk Dharma-studie plaatsvindt. Wat je er hier van breder (en belangeloos) bestuderen van de Dharma door Nederlandse boeddhisten zegt, klinkt veel beter.
Ik hoop dat je vanaf september veel studenten krijgt. En dat je veel gaat schrijven, over boeddhismen.
Tenslotte nog twee lijstjes met onderzoekssuggesties zoals ik die de afgelopen tijd heb opgesteld. Deze en vooral. Wellicht kan je er wat mee, als studieobjecten, voor jezelf of mogelijk voor je studenten.
Je zal het nog druk krijgen die ene dag per week. Mijn voorspelling is dat het je wel meer tijd gaat kosten.
Vriendelijke groet
Joop
De eerdere mail aan hem waarnaar ik verwijs, betrof o.a. zijn boek ‘Nietzsche and Zen’, met name het zich toeeigenen van Nagarjuna door de Zen-traditie. En verder over plannen met mijn blog.
Onder andere schreef ik: “Een andere tekst die ik van plan ben te schrijven op m'n blog gaat (ook) over de dialoog tussen de boeddhistische tradities waarvan jij met mij vindt dat daar - ook op de VU - meer aandacht voor moet komen. Namelijk een samenvatting en misschien stukjes vertaling van David Chapman.
Daarnaast zal ik in m'n blog ook nog wel kritische stukken over het georganiseerde boeddhisme in Nederland moeten schrijven, zolang de BUN nog bestaat in ieder geval; in mijn logika niet zo lang meer.”
André heeft me inmiddels vriendelijk bedankt voor m’n felicitaties en verteld over college-series die hij begin 2012 gaat geven.
Op m’n meer ‘lastige’ opmerkingen heeft hij (nog) niet gereageerd, maar dat zijn thema’s die best wel weer terugkomen, ook in 2012
'Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’ krijgt.
In de persoon van André van der Braak, in boeddhistisch Nederland wel bekend.
Zie hier; en ook op de website van de Faculteit Godgeleerdheid
Prima natuurlijk, die functie-omschrijving, al vind ik wel dat de boeddhisten met die dialoog eerst maar eens moeten oefenen; in dialoog namelijk met elkaar, tussen de diverse boeddhistische tradities, want die ontbreekt grotendeels.
Verder interesseert de boeddhistische filosofie me zeer, daarom heb ik dan ook een paar keer een lezingencyclus van deskundigen zoals Richard Hayes daarover gevolgd. Geïnteresseerden zouden eens het boek Buddhist Philosophy: Essential Readings van Edelglass en Garfield (eds) door kunnen bladeren. (Zie amazon.com en books.google)
Men is immers nooit te oud om te leren; ik in ieder geval niet, al hoef ik geen (boeddhistische) baan meer te hebben.
Het bericht was reden voor mij hem een felicitatie-mailtje te sturen:
Beste André
Een uurtje nadat ik je vanmorgen mailde, las ik op ' Advalvas.vu' van je benoeming tot bijzonder hoogleraar.
Gefeliciteerd daarmee. (En ook Annewieke en de rest van de VU daarmee gefeliciteerd)
De zaken die je, blijkens dit bericht, aan de orde wil gaan stellen, komen me als zeer relevant voor
...
Uiteraard gaan je activiteiten alle boeddhismen betreffen, dus niet alleen Zen, zoals we al eerder hebben besproken. Ik denk dat het 'vroege boeddhisme' aka Theravada niet zo moeilijk voor jou zal zijn om dieper te bestuderen (hoewel ik je laatst op de BOS-radio wat al te makkelijk de term 'BoeddhaNatuur' hoorde gebruiken alsof alle boeddhisten daarin geloven; en verder beveel ik je het werk van David Kalupahana aan) maar het Tibetaans boeddhisme is wellicht wat lastiger om met gezag iets over te zeggen, dat zou het althans voor mij zijn.
"Het boeddhisme wordt steeds populairder in Nederland" zeg je in Ad Valvas. Dat is een cliché; ik denk eigenlijk dat het als hype voorbij is en dat afgezien van geseculariseerde producten als 'mindfulness' weer een serieuzer en dus kleiner aantal beoefenaren gaat krijgen de komende jaren. (Okay, laat ik eerlijk zijn: dat hoop ik)
Wat je zegt over de boeddhistische omroep, is me uit het hart gegrepen, daarom betwijfel ik ook of de fusie VPRO-BOS zo gelukkig is: kan wel eens 'grachtengordelboeddhisme' opleveren.
Goed dat je aandacht gaat besteden aan maatschappelijk-ethische zaken, al lijkt "het oplossen van maatschappelijke vraagstukken" me wat hoog gegrepen.
Het valt me op dat in Ad Valvas niet wordt gesproken over een opleiding geestelijk verzorger c.q. boeddhistische ambtopleidingen (ik denk dat meervoudsvorm op z'n plaats is) door de VU in de nabije toekomst. Ik weet niet of de aanvraag al aan Onderwijs gestuurd is; dat zou eind november gebeuren, schreef Artho Jansen maar dat hoeft nog niet zo gebeurd te zijn.
Je weet dat ik over zo'n 'beroepsopleiding' altijd twijfel over heb gehad en nog heb, o.a. doordat het statusproject van een paar beroepsboeddhisten was (die fantasieën over een boeddhistische zuil hadden) en door het gebrek aan transparantie over de procedure, mede doordat de druk van Justitie een grote rol speelt. Maar vooral doordat het niet een organisch gegroeide stap was, daar in Nederland nauwelijk Dharma-studie plaatsvindt. Wat je er hier van breder (en belangeloos) bestuderen van de Dharma door Nederlandse boeddhisten zegt, klinkt veel beter.
Ik hoop dat je vanaf september veel studenten krijgt. En dat je veel gaat schrijven, over boeddhismen.
Tenslotte nog twee lijstjes met onderzoekssuggesties zoals ik die de afgelopen tijd heb opgesteld. Deze en vooral. Wellicht kan je er wat mee, als studieobjecten, voor jezelf of mogelijk voor je studenten.
Je zal het nog druk krijgen die ene dag per week. Mijn voorspelling is dat het je wel meer tijd gaat kosten.
Vriendelijke groet
Joop
De eerdere mail aan hem waarnaar ik verwijs, betrof o.a. zijn boek ‘Nietzsche and Zen’, met name het zich toeeigenen van Nagarjuna door de Zen-traditie. En verder over plannen met mijn blog.
Onder andere schreef ik: “Een andere tekst die ik van plan ben te schrijven op m'n blog gaat (ook) over de dialoog tussen de boeddhistische tradities waarvan jij met mij vindt dat daar - ook op de VU - meer aandacht voor moet komen. Namelijk een samenvatting en misschien stukjes vertaling van David Chapman.
Daarnaast zal ik in m'n blog ook nog wel kritische stukken over het georganiseerde boeddhisme in Nederland moeten schrijven, zolang de BUN nog bestaat in ieder geval; in mijn logika niet zo lang meer.”
André heeft me inmiddels vriendelijk bedankt voor m’n felicitaties en verteld over college-series die hij begin 2012 gaat geven.
Op m’n meer ‘lastige’ opmerkingen heeft hij (nog) niet gereageerd, maar dat zijn thema’s die best wel weer terugkomen, ook in 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)